Spring naar inhoud

Toelichting op de balans

2.6 Toelichting op de balans

ACTIVA

1. Vastgoedbeleggingen

1.1 en 1.2 DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Totaal
Saldo per 1 januari:      
- cumulatieve aanschaffingswaarde 54.813.619 2.226.827 57.040.446
- cumulatieve herwaarderingen 75.099.831 1.973.864 77.073.695
Boekwaarde 1 januari 129.913.450 4.200.691 134.114.141
       
Mutaties in het boekjaar:      
- investeringen 1.059.519 0 1.059.519
- desinvesteringen -206.444 0 -206.444
- overboekingen DAEB en niet-DAEB 517.760 -517.760 0
- overige waardeveranderingen -1.056.986 0 -1.056.986
- aanpassing marktwaarde 7.843.424 224.141 8.067.565
Totaal mutaties in het boekjaar 8.157.273 -293.619 7.863.654
       
Saldo per 31 december:      
- cumulatieve aanschaffingswaarde 56.159.499 1.939.321 58.098.820
- cumulatieve herwaarderingen 81.911.224 1.967.751 83.878.975
Boekwaarde 31 december 138.070.723 3.907.072 141.977.795

Werkzaamheden die dienen om aan de onroerende zaak of een zelfstandig gebouwdeel een wezenlijke verandering aan te brengen, waardoor de onroerende zaak naar inrichting, aard of omvang een wijziging heeft ondergaan, worden als investering aangemerkt. Deze uitgaven worden geactiveerd. De overige onderhoudslasten worden direct ten laste van het resultaat gebracht.

De investeringen hebben voor € 880.251 betrekking op het verduurzamingsproject aan de Horn-, Loop- en Veldstukken. € 158.871 is hiervan reeds uitgegeven in eerdere jaren. De overige waardeveranderingen hebben voor € 877.718 betrekking op ditzelfde project. De onrendabele top van € 1.138.635 was reeds gevormd in voorgaand jaar. Dit jaar is de onrendabele top gecorrigeerd met € 260.917.

De post DAEB vastgoed in exploitatie omvat 964 (2023: 962) woongelegenheden en de post niet-DAEB vastgoed omvat 19 (2023: 22) woongelegenheden en 146 parkeergelegenheden. 

De WOZ waarde op basis van de WOZ-beschikkingen 2025 (peildatum 01-01-2024) van het DAEB vastgoed bedraagt € 228,1 miljoen (beschikkingen 2024: € 219,9 miljoen) en van het niet-DAEB vastgoed € 5,9 miljoen (beschikkingen 2024: € 6,1 miljoen).

De verhuureenheden zijn verzekerd bij de Raetsheren van Orden. De premie bedraagt € 20,28 per verhuureenheid per jaar.

Herwaarderingen

Per 31 december 2024 is de som van de in de vaste activa in exploitatie opgenomen herwaarderingen € 83,9 miljoen (2023: € 77,1 miljoen). Deze heeft voor € 81,9 miljoen betrekking op DAEB vastgoed en voor € 2,0 miljoen op het niet-DAEB vastgoed.

Marktwaarde

Zowel het DAEB- als het niet-DAEB vastgoed in exploitatie is gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat die is bepaald op basis van het “Handboek Modelmatig Waarderen Marktwaarde” die als bijlage is opgenomen bij de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV). Hierbij wordt op basis van de toekomstige kasstromen middels de Discounted Cash Flow (DCF) methode bepaald.

SEW heeft gekozen voor de toepassing van de basisversie van het "Handboek Modelmatig Waarderen Marktwaarde". Dit betekent dat de waardering ten behoeve van de jaarrekening bepaald wordt zonder tussenkomst van een taxateur. Het handboek wordt jaarlijks geactualiseerd. In dit handboek wordt gesteld dat toepassing van de basisversie leidt tot een getrouwe weergave van de marktwaarde in verhuurde staat op portefeuilleniveau, toepassing van de full-versie leidt tot een getrouwe weergave op complexniveau.

Ieder jaar wordt na 1 juli het handboek gevalideerd op basis van de waarderingsuitkomsten van het bezit van corporaties die de full-versie toepassen, dat wil zeggen de waardering gebruikmakend van een externe taxateur op balansdatum van het daaraan voorafgaande boekjaar. Uit het validatie-rapport met betrekking tot de waarderingen ultimo 2023 blijkt dat de basisversie 2023 in ca 88% van de gevallen tot een aanvaardbare marktwaardering op portefeuilleniveau heeft geleid uitgaande van een taxatie-onzekerheid van + of - 10%. Uit het validatierapport blijkt echter eveneens dat de methodiek onder druk staat en jaarlijks aanpassingen noodzakelijk zijn in de uitgangspunten om tot een aanvaardbare waardering te komen. Het validatie-effect van 2023 is conform voorgaande jaren als mutatie in de marktwaarde in verhuurde staat in de jaarrekening 2024 verwerkt. 

De jaarlijkse mutatie van de marktwaarde welke tot uitdrukking komt in de jaarrekening (waardeverandering vastgoedportefeuille) bestaat daarom onder meer uit de marktontwikkeling over 2024 enerzijds en de validatie-effecten anderzijds. Voor SEW, met bezit in COROP-regio Noord-Drenthe, bedraagt het validatie-effect conform de Fakton effectenrapportage d.d. 12 september 2024 0,42%.

De inzichten in de validatie van de waarderingen ultimo 2024 zijn vanzelfsprekend nog niet bekend en zijn daarom niet meegenomen bij de totstandkoming van de jaarrekening.

De volgende gemiddelde disconteringsvoeten zijn gebruikt voor de verschillende categorieën onroerende zaken:

Woongelegenheden DAEB 9,30
Woongelegenheden niet-DAEB 9,39

Complexindeling
Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie en dat als één geheel aan een derde
partij in verhuurde staat verkocht kan worden. Er bestaat geen minimum of maximum voor het aantal verhuureenheden in een waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit zowel DAEB als niet-DAEB vastgoed. De waarderingscomplexen ten behoeve van de berekening van de marktwaarde zijn door middel van de volgende indeling bepaald:

PostcodeTypeBouwjaar
9761Eengezinswoning1920-2013
9765Eengezinswoning1938-1962
9761Meergezinswoning1984-2006
9765Meergezinswoning2010-2016
9761Parkeerplaats2009-2012
9761Parkeerplaats2016
9761Garagebox2001
9765Garagebox-

Parameters
Bij het bepalen van de toekomstige kasstromen voor de DCF-berekening wordt gebruik gemaakt van de volgende parameters:

Parameters woongelegenheden 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 en verder
Prijsinflatie 3,80% 3,60% 3,20% 2,70% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Loonstijging 5,90% 6,60% 4,30% 3,80% 3,80% 3,80% 2,50% 2,50%
Bouwkostenstijging   6,60% 4,30% 3,80% 3,80% 3,80% 2,50% 2,50%
Leegwaardestijging 6,80% 11,50% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Huurindex gereguleerde woningen, laag segment     6,60% 3,70% 3,20% 2,50% 2,50% 2,50%
Huurindex gereguleerde woningen, midden segment     7,60% 4,20% 3,70% 3,00% 3,00% 3,00%
Huurindex geliberaliseerde woningen, hoog segment     4,60% 4,20% 3,70% 3,00% 2,00% 2,00%
Instandhoudingsonderhoud per VHE - doorexploiteren 1.303-2.426
Instandhoudingsonderhoud per VHE - uitponden 755-1.405
Beheerkosten per VHE - EGW 542
Beheerkosten per VHE - MGW 532
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% WOZ) 0,15%
Huurderving (% huursom) 1,00%
Verkoopkosten (% leegwaarde) 1,00%
Overdrachtskosten (% marktwaarde) 11,40%

Verloop marktwaarde 2023-2024

bedragen x € 1.000

  DAEB Niet-DAEB Totaal
Marktwaarde 31-12-2023 129.913 4.201 134.114
       
Voorraadmutaties      
Verkoop -206 0 -206
Classificatiewijzigingen 518 -518 0
Subtotaal voorraadmutaties 312 -518 -206
       
Mutatie vastgoedgegevens      
Contracthuur 2.456 49 2.505
Leegstand -244 -13 -257
Maximale huur -73 0 -73
Mutatiegraad doorexploiteren -1.748 28 -1.720
WOZ-waarde 2.789 17 2.806
Verkooprestricties -2.123 0 -2.123
Subtotaal mutatie vastgoedgegevens 1.057 81 1.138
       
Methodische wijzigingen      
Toevoeging middenhuur/middensegment 173 39 212
Overdrachtskosten 446 10 456
Subtotaal methodische wijzigingen 619 49 668
       
Validatie      
Validatie markthuur 59 -9 50
Validatie disconteringsvoet -6.897 -245 -7.142
Subtotaal validatie -6.838 -254 -7.092
       
Parameterwijzigingen als gevolg van marktontwikkelingen      
Macro-economische parameters 325 -1 324
Sociale en vrije sector huurgrens -4 0 -4
Reguliere huurstijging -275 13 -262
Markthuur 384 23 407
Historische leegwaardestijging 15.554 394 15.948
Splitsings- en verkoopkosten -27 -1 -28
Onderhoud -485 -10 -495
Beheerkosten -271 -6 -277
Belastingen en verzekeringen 12 0 12
Disconteringsvoet -2.205 -64 -2.269
Subtotaal parameterwijzigingen als gevolg van marktontwikkelingen 13.008 348 13.356
       
Marktwaarde 31-12-2024 138.071 3.907 141.978

Beleidswaarde
De beleidswaarde van het DAEB vastgoed in exploitatie bedraagt per 31 december 2024 € 88,2 miljoen (31 december 2023: € 42,7 miljoen). De beleidswaarde van het niet-DAEB vastgoed in exploitatie bedraagt per 31 december 2024 € 3,6 miljoen (31 december 2023: € 2,5 miljoen).

De aansluiting tussen de marktwaarde en de beleidswaarde kan als volgt worden weergegeven:

bedragen x € 1.000

  DAEB Niet-DAEB Totaal
Marktwaarde 31-12-2024 138.071 3.907 141.978
       
Afslag wegens beschikbaarheid  -33.709   -926  -34.635
Afslag wegens betaalbaarheid  -39.004   -543  -39.547
Afslag wegens kwaliteit  -20.645   -415  -21.060
Afslag wegens beheer  -478   14  -464
Opslag wegens disconteringsvoet  43.991   1.594  45.585
       
Beleidswaarde per 31-12-2024 88.226 3.631 91.857

Uitgangspunten
De uitgangspunten voor het bepalen van de beleidswaarde verschillen met de marktwaarde. Voor de marktwaarde geldt de hoogste waarde van het doorexploiteer- of uitpondscenario. Voor de beleidswaarde geldt altijd het doorexploiteerscenario. 

Voor het bepalen van de marktwaarde wordt gerekend met de markthuur (gemiddeld € 1.021 per woning). Bij de beleidswaarde wordt daarentegen gerekend met de beleidshuur, oftewel streefhuur (gemiddeld € 624 per woning).

De onderhoudsnorm op basis van doorexploiteren bij de marktwaarde bedraagt gemiddeld € 1.937 tegenover een norm van € 3.027 bij de beleidswaarde. De beheernorm inclusief zakelijke lasten is bij de marktwaarde gemiddeld € 891 en bij de beleidswaarde € 889.

25 woningen hebben een E-, F- of G-label en er zijn geen woningen met achterstallig onderhoud.

Voor de beleidswaarde gelden de volgende disconteringsvoeten voor de verschillende categorieën onroerende zaken:

Woongelegenheden DAEB 4,17
Woongelegenheden niet-DAEB 4,70

Huurbeleid

Bij mutatie vraagt SEW de streefhuur aan nieuwe huurders. Deze is per verhuureenheid bepaald. 

De huurstijging voor 2025 is 4,50% en sluit aan met de Nationale Prestatieafspraken. De huurstijging voor 2026 en verder sluit aan met de begroting 2025-2029. De prijsinflatie van het voorgaande jaar is hierbij het ijkpunt. De woningen met een E-, F- of G-label krijgen geen huurverhoging. SEW past geen inkomensafhankelijke huurverhoging toe en topt de huren niet af op de streefhuur of de huurcategoriegrenzen. 

Onderhoud

De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:

  • planmatig onderhoud
  • contractonderhoud
  • dagelijks onderhoud
  • toegerekende kosten

Planmatig onderhoud

Het planmatig onderhoud is gebaseerd op de vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting. De onderhoudsuitgaven betreffen de uitgaven om een verhuurbare eenheid, danwel complex in dezelfde technische en bouwkundige staat te houden, als waarin het zich bij stichting of latere verandering bevond, rekening houdend met het effect van onderhoudscycli, zo nodig na het verhelpen van achterstallig onderhoud indien dit aanwezig is. Het in dezelfde technische en bouwkundige staat houden, houdt in dat er in of aan het vastgoed geen technische gebreken zijn (minimaal conditiescore 4).

Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht SEW conditiemetingen uit overeenkomstig NEN 2767. Eens in de 3 jaar worden de conditiemetingen geactualiseerd.

In de onderhoudsuitgaven zijn dus ook de uitgaven voor de vervanging van daken, voegwerk en kozijnen opgenomen omdat dit in beginstel kwalificeert als instandhouding. Ook de uitgaven voor vervanging van keukens, badkamers en toiletten vallen onder de onderhoudsuitgaven in verband met het technisch en bouwkundig in stand houden van het gebouw.

In de meerjarenonderhoudsbegroting wordt rekening gehouden met de volgende cycli:

Soort onderhoud Periodiciteit
Schilderwerk 6 jaar
Vervanging badkamer en toilet 30 jaar
Vervanging keuken 15 jaar
Vervanging bitumen dak 25 jaar
Vervanging hellend dak 50 jaar
Vervanging cv-ketel 18 jaar

Contractonderhoud

Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties. 

Dagelijks onderhoud

De in de meerjarenonderhoudsbegroting opgenomen geschatte kosten met betrekking tot mutatie- en reparatieonderhoud is gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke zijn geïndexeerd met de bouwkostenindex.

De meerjarenonderhoudsbegroting is opgesteld rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwing, renovatie, sloop, nieuwbouw en verkoop. Voor de beleidswaarde dient de begroting gebaseerd te zijn op de langjarige onderhoudscyclus (60 jaar) van het object op basis van instandhouding. Als gevolg hiervan zijn de volgende correcties doorgevoerd:

  • Nieuwbouw en verkoop is buiten beschouwing gelaten
  • Ingrijpende verbouwing en renovatie is aangepast naar een situatie voordat er correcties als gevolg hiervan zijn verwerkt
  • Levensduur van complexen is verlengd naar 60 jaar 

In de begroting is geen sloop ingerekend.

De meerjarenonderhoudsbegroting kent een horizon van 15 jaar. Voor de jaren waar geen meerjarenonderhoudsbegroting voor beschikbaar is heeft SEW een norm bepaald om de begroting te verlengen tot de in te rekenen horizon van 60 jaar. De norm vanaf het 16e jaar is gelijk aan het gemiddelde van de eerste 15 jaar. Het planmatig onderhoud in deze norm sluit eveneens aan met het gemiddelde in de meerjarenonderhoudsbegroting voor 60 jaar zoals deze in O-prognose is opgenomen, gebaseerd op de in 2024 uitgevoerde conditiemetingen.

Beheerlasten

De norm voor beheerlasten is gelijk aan het gemiddelde van de beheerlasten van de eerste 15 prognosejaren gebaseerd op de begroting 2025. 

E-, F- of G-labels

SEW heeft voor de 25 eenheden met een E-, F- of G-label een correctie doorgevoerd conform het handboek. 

E-label € 4.820
F-label € 8.960
G-label € 15.210

Disconteringsvoet

De bepaling van de beleidswaarde is met ingang van 2024 ingrijpend gewijzigd. Een onderdeel van de wijziging is de overgang van een disconteringsvoet die is afgeleid van de disconteringsvoet ten behoeve van de marktwaarde naar een sectorbreed toegepaste vaste disconteringsvoet. De nieuwe disconteringsvoet voor de beleidswaarde is vastgesteld op 4,17% voor de DAEB-portefeuille en 4,70% voor de niet-DAEB portefeuille. De in de beleidswaarde ultimo 2023 opgenomen disconteringsvoet bedraagt gemiddeld respectievelijk 7,75% voor de DAEB-portefeuille en gemiddeld 7,72% voor de niet-DAEB portefeuille. Hierdoor heeft de nieuwe beleidswaarde een significante aanpassing ondergaan. Als gevolg van deze wijziging in uitgangspunten is de normering van de ratio’s ook bijgesteld. SEW blijft aan alle ratio's voldoen.

Gevoeligheidsanalyse

In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een aanpassing van de uitgangspunten heeft op de beleidswaarde.

Wijziging Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op de beleidswaarde
Gemiddelde streefhuur per maand Daling met € 50 (8%) Daling met € 14,0 miljoen (15%)
Gemiddelde jaarlijkse onderhoudslasten per verhuureenheid Stijging met € 100 (3%) Daling met € 4,0 miljoen (4%)
Gemiddelde jaarlijkse beheerlasten per verhuureenheid Stijging met € 50 (6%) Daling met € 2,0 miljoen (2%)
Disconteringsvoet Stijging met 0,25 procentpunt Daling met € 4,8 miljoen (5%)

Op 16 april 2025 is in de Voorjaarsnota van 2025 aangekondigd dat de huurprijzen van sociale huurwoningen in 2025 en 2026 niet mogen stijgen. Wanneer de aangekondigde huurbevriezing doorgaat, betekent dit een daling van de beleidswaarde met € 5,1 miljoen (6%).

1.3 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Saldo per 1 januari:  
- cumulatieve aanschaffingswaarde 46.946
Boekwaarde 1 januari 46.946
   
Mutaties in het boekjaar:  
- investeringen 599
- overboekingen 0
Totaal mutaties in het boekjaar 599
   
Saldo per 31 december:  
- cumulatieve aanschaffingswaarde 47.545
Boekwaarde 31 december 47.545

De investering in 2024 heeft betrekking op voorbereidingskosten voor nieuwbouw op locatie De Kooi.

2. Materiële vaste activa

2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Saldo per 1 januari:  
- cumulatieve aanschaffingswaarde 1.176.069
- cumulatieve afschrijvingen -640.235
Boekwaarde 1 januari 535.834
   
Mutaties in het boekjaar:  
- investeringen 156.324
- desinvesteringen -31.893
- afschrijvingen -76.341
- afschrijvingen desinvesteringen 30.654
Totaal mutaties in het boekjaar 78.744
   
Saldo per 31 december:  
- cumulatieve aanschaffingswaarde 1.300.500
- cumulatieve afschrijvingen -685.922
Boekwaarde 31 december 614.578

Het kantoor en de werkplaats (inclusief inventaris) zijn totaal verzekerd voor een bedrag van € 1.391.700.

Afschrijvingsmethoden en -termijnen
Op de roerende zaken ten dienste van de exploitatie wordt lineair afgeschreven op basis van onderstaande afschrijvingstermijnen:

Bedrijfspand 50 jaar
Werkplaats 15 jaar
Inrichting kantoor 15 jaar
Inventaris administratie 5-10 jaar
Kantoormachines 5-10 jaar
Machines en gereedschappen technische dienst 5-10 jaar
Transportmiddelen 5 jaar
Automatiseringsapparatuur 3 - 5 jaar

3. Voorraden

3.1 Overige voorraden

  31-12-2024 31-12-2023
Materialen 25.000 25.000
Totaal overige voorraden 25.000 25.000

4. Vorderingen

4.1 Huurdebiteuren

  31-12-2024 31-12-2023
Huurdebiteuren 29.151 16.275
Af: voorziening wegens oninbaarheid 0 0
Totaal huurdebiteuren 29.151 16.275

De huurachterstand ultimo boekjaar bedraagt 0,39% van de nettojaarhuur (2023: 0,21%).

4.2 Belastingen en premies sociale verzekeringen

  31-12-2024 31-12-2023
Omzetbelasting 805 0
Vennootschapsbelasting 170.978 0
Totaal belastingen en sociale premies 171.783 0

4.3 Overige vorderingen

  31-12-2024 31-12-2023
Diverse debiteuren 7.604 9.980
Totaal overige vorderingen 7.604 9.980

4.4 Overlopende activa

  31-12-2024 31-12-2023
VVE Stoffer Holtjerweg 62.535 119.408
Diversen 124.896 193.894
Totaal overlopende activa 187.431 313.302

5. Liquide middelen

  31-12-2024 31-12-2023
Kas 177 2.510
Banken/rekening-courant 1.137.703 1.461.731
Totaal liquide middelen 1.137.880 1.464.241

De middelen staan ter vrije beschikking. SEW heeft niet de beschikking over een kredietfaciliteit.

6. Eigen vermogen

6.1 Wettelijke en statutaire reserves

  2024 2023
Saldo per 1 januari 5 5
Mutaties in het boekjaar:    
- toevoegingen 0 0
- vrijval 0 0
Saldo per 31 december 5 5

6.2 Overige reserves

  2024 2023
Saldo per 1 januari 33.998.409 30.119.136
Mutaties in het boekjaar:    
- resultaat boekjaar 8.122.380 -4.489.760
- gerealiseerde herwaardering uit hoofde van verkoop 205.299 211.881
- waardemutatie herwaarderingsreserve -7.161.339 8.157.152
Saldo per 31 december 35.164.749 33.998.409

De herwaarderingsreserve wordt bepaald op complexniveau op basis van het verschil in de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde ten opzichte van de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van historische kosten.

Er hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan die van invloed kunnen zijn op het resultaat.

6.3 Herwaarderingsreserve

  2024 2023
Saldo per 1 januari 77.103.574 85.472.607
Mutaties in het boekjaar:    
- realisatie uit hoofde van verkoop -205.299 -211.881
- waardemutatie 7.161.339 -8.157.152
Saldo per 31 december 84.059.614 77.103.574

7. Voorzieningen

7.1 Voorziening onrendabele investeringen

  2024 2023
Saldo per 1 januari 979.764 992.332
Bij: dotatie 973.152 1.138.635
Af: vrijval -260.917 0
Af: onttrekkingen -748.283 -1.151.203
Saldo per 31 december 943.716 979.764

De dotatie aan de voorziening onrendabele investeringen heeft betrekking op de onrendabele top die gevormd voor het verduurzamen van 10 woningen aan de Schultenweg. 

De vrijval heeft betrekking op de verduurzaming van 50 woningen aan de Horn-, Loop- en Veldstukken. De onrendabele top voor dit project is in 2023 genomen. Deze bleek echter te hoog te zijn vanwege een andere toerekening van kosten aan onderhoud en verbeteringen en is in 2024 gecorrigeerd.

De onttrekkingen hebben deels betrekking op de vrijval voor de verduurzaming van de 50 woningen aan de Horn-, Loop- en Veldstukken (€ 718.847), namelijk de onrendabele top (€ 877.718) minus de uitgaven voor dit project in 2023 (€ 158.871). Dit project is in 2024 afgerond. Het andere deel heeft betrekking op de uitgaven in 2024 voor het verduurzamen van de 10 woningen aan de Schultenweg (€ 29.436).

7.2 Voorziening latente belastingverplichtingen

  2024 2023
Saldo per 1 januari 17.790 19.934
Af: vrijval -2.144 -2.144
Saldo per 31 december 15.646 17.790

Er is in 2008 een latente belastingschuld ontstaan, doordat de marktwaarde van de leningportefeuille hoger is dan de boekwaarde van de leningen.

Deze voorziening kent een langlopend karakter (tot 2036).

7.3 Overige voorzieningen

  2024 2023
Saldo per 1 januari 23.490 0
Bij: dotatie 0 28.200
Af: vrijval -9.980 -4.710
Saldo per 31 december 13.510 23.490

Er is in 2023 een voorziening gevormd voor toekomstige uitkeringen aan personeel.

8. Langlopende schulden

8.1 Leningen kredietinstellingen

  2024 2023
Schuldrest per 1 januari 23.249.931 24.367.389
Kortlopend -1.077.523 -2.297.458
Saldo per 1 januari 22.172.408 22.069.931
Mutaties in het boekjaar:    
Bij:    
- nieuwe leningen 2.500.000 1.700.000
- agio 0 0
- overboeking van kortlopende schuld 1.077.523 2.297.458
- opname variabele hoofdsom 2.720.000 0
Af:    
- aflossingen in lopend boekjaar -3.797.523 -2.297.458
- terugplaatsing variabele hoofdsom -1.500.000 -520.000
Schuldrest per 31 december 23.172.408 23.249.931
Aflossing volgend verslagjaar -397.588 -1.077.523
Saldo per 31 december 22.774.820 22.172.408

Leningenoverzicht looptijd korter dan 5 jaar

  Aflossingsdatum Restant looptijd Rentepercentage Restschuld per 31/12/2024
BNG 40.115778 1 juli 2026 1 jaar en 6 maand 1,603%  3.100.000 
BNG FLEX 853 17 juli 2028 3 jaar en 6 maand 1-maands Euribor + opslag 0,265%  1.000.000 
         4.100.000 

Leningenoverzicht looptijd langer dan 5 jaar

  Aflossingsdatum Restant looptijd Rentepercentage Restschuld per 31/12/2024
NWB 1-22982 2 februari 2029 5 jaar en 1 maand 5,36%  12.000.000 
Gemeente Tynaarlo, BNG 102.047 1 augustus 2036 12 jaar en 7 maand 5,11%  4.527.735 
BNG 40.116840 2 december 2031 7 jaar en 11 maand 3,35%  1.700.000 
NWB 1-0031192, inzake Vestiaruil 21 december 2061 37 jaar en 11 maand 4,86%  844.673 
         19.072.408 
         
Totaal        23.172.408 

Van de leningen met een looptijd langer dan vijf jaar komt € 1.926.700 binnen 5 jaar tot aflossing.

De duration van de leningportefeuille bedraagt 3,93 jaar (2023: 4,44 jaar). Het gemiddelde rentepercentage op de leningportefeuille exclusief roll-overlening bedraagt 4,17% (2023: 4,18%). De marktwaarde van de leningen bedraagt ultimo 2024 € 26,6 miljoen (2023: € 28,1 miljoen).

Voor de leningen heeft borgstelling door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) plaatsgevonden voor een bedrag van € 7,6 miljoen.

De variabel rentende lening (roll-over lening) van € 2,5 miljoen kent een terugplaatsingsmogelijkheid. De minimaal aan te houden hoofdsom is € 1,0 miljoen. Periodiek bestaat de mogelijkheid om de resterende € 1,5 miljoen op te nemen dan wel terug te storten. Op 31 december 2024 is het maximale bedrag van € 1,5 miljoen teruggestort.

8.2 Overige schulden

  2024 2023
Saldo per 1 januari 9.633 10.150
Gerestitueerde waarborgsommen -9.633 -517
Saldo per 31 december 0 9.633

Met ingang van 1 januari 2000 worden geen waarborgsommen meer geïncasseerd. De resterende waarborgsommen zijn in 2024 gerestitueerd.

9. Kortlopende schulden

9.1 Schulden aan kredietinstellingen

  31-12-2024 31-12-2023
Gemeente Tynaarlo, BNG 102.047 385.340 385.340
NWB 2-30957 0 680.000
NWB 1-0031192, inzake Vestiaruil 12.248 12.183
Totaal schulden aan kredietinstellingen 397.588 1.077.523

9.2 Schulden aan leveranciers

  31-12-2024 31-12-2023
Crediteuren 29.886 238.809
Totaal schulden aan leveranciers 29.886 238.809

9.3 Belastingen en premies sociale verzekeringen

  31-12-2024 31-12-2023
Omzetbelasting 0 319
Loonheffing 0 26.836
Pensioenpremies 0 10.023
Vennootschapsbelasting 0 148.838
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 0 186.016

9.4 Overlopende passiva

  31-12-2024 31-12-2023
Niet vervallen rente leningen 655.261 656.645
Vooruitontvangen huren 30.774 23.361
Overige nog te betalen bedragen 113.198 38.292
Totaal overlopende passiva 799.233 718.298

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

In 2024 is een opdracht voor verduurzaming van 10 woningen aan de Schultenweg verstrekt aan Plegt-Vos BV. Dit werk wordt in 2025 uitgevoerd. Het bedrag excl. BTW bedraagt:

Plegt Vos  
2025  828.318 
   828.318 

WSW-obligolening
De obligolening is een onderdeel van het borgstelsel van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en is een lening met een variabele hoofdsom. Op het gecommitteerd obligo doet het WSW alleen een beroep wanneer dat noodzakelijk is om middelen in liquide vorm beschikbaar te hebben voortvloeiend uit het risicovermogen in relatie tot geborgde verplichtingen. Normaliter zou daarvoor het jaarlijks obligo toereikend moeten zijn, maar om met hoge mate van zekerheid te kunnen garanderen dat er voldoende middelen beschikbaar zijn, is gekozen voor deze lening met een variabele hoofdsom, afgesloten bij een bank met een triple A rating. De methodiek van de obligolening voorkomt dat WSW grote liquide buffers moet aanhouden om aan kapitaalvereisten te kunnen voldoen.

De obligolening is een lening met een variabele hoofdsom van € 223.000 waarop in beginsel niet getrokken wordt. Zolang er niet getrokken wordt op de obligolening, betaalt SEW over het niet opgenomen deel een bereidstellingsvergoeding van 23 basispunten op jaarbasis aan de bank. De niet opgenomen obligolening telt niet mee in de loan-to-value, maar is wel onderdeel van de onderpandratio.

Versie: v8.2.40

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report