Spring naar inhoud

Toelichting op de balans

2.6 Toelichting op de balans

ACTIVA

1. Vastgoedbeleggingen

1.1 en 1.2 DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Totaal
Saldo per 1 januari:      
- cumulatieve aanschaffingswaarde 56.159.499 1.939.321 58.098.820
- cumulatieve herwaarderingen 81.911.224 1.967.751 83.878.975
Boekwaarde 1 januari 138.070.723 3.907.072 141.977.795
       
Mutaties in het boekjaar:      
- investeringen 571.191 0 571.191
- desinvesteringen -165.169 0 -165.169
- overboekingen DAEB en niet-DAEB 181.648 -181.648 0
- overige waardeveranderingen -526.372 0 -526.372
- aanpassing marktwaarde 22.356.492 551.602 22.908.094
Totaal mutaties in het boekjaar 22.417.790 369.954 22.787.744
       
Saldo per 31 december:      
- cumulatieve aanschaffingswaarde 56.796.591 1.843.486 58.640.077
- cumulatieve herwaarderingen 103.691.922 2.433.540 106.125.462
Boekwaarde 31 december 160.488.513 4.277.026 164.765.539

Werkzaamheden die dienen om aan de onroerende zaak of een zelfstandig gebouwdeel een wezenlijke verandering aan te brengen, waardoor de onroerende zaak naar inrichting, aard of omvang een wijziging heeft ondergaan, worden als investering aangemerkt. Deze uitgaven worden geactiveerd. De overige onderhoudslasten worden direct ten laste van het resultaat gebracht.

De investeringen hebben voor € 1.104.414 betrekking op het verduurzamingsproject aan de Schultenweg. Hiervan is € 29.436 reeds in voorgaande jaren gerealiseerd. De ontvangen subsidie vanuit Maatregel 29 (€ 790.218) is hierop in mindering gebracht. Daarnaast is voor een bedrag van € 256.995 geïnvesteerd in diverse maatregelen, waaronder vloerisolatie en asbestsanering.

De overige waardeveranderingen hebben voor € 269.377 eveneens betrekking op het verduurzamingsproject aan de Schultenweg. In het voorgaande jaar was reeds een onrendabele top gevormd van € 973.152. Deze voorziening is in het verslagjaar verlaagd met € 703.775, voornamelijk als gevolg van de ontvangen subsidie vanuit Maatregel 29. De overige investeringen van € 256.995 zijn volledig als onrendabel aangemerkt.

De post DAEB vastgoed in exploitatie omvat 964 (2024: 964) woongelegenheden en de post niet-DAEB vastgoed omvat 18 (2024: 19) woongelegenheden en 146 parkeergelegenheden. 

De WOZ waarde op basis van de WOZ-beschikkingen 2026 (peildatum 01-01-2025) van het DAEB vastgoed bedraagt € 260,1 miljoen (beschikkingen 2025€ 228,1 miljoen) en van het niet-DAEB vastgoed € 6,2 miljoen (beschikkingen 2025€ 5,9 miljoen).

De verhuureenheden zijn verzekerd bij Acrisure. De premie bedraagt € 20,96 per verhuureenheid per jaar.

Herwaarderingen

Per 31 december 2025 is de som van de in de vaste activa in exploitatie opgenomen herwaarderingen € 106,1 miljoen (2024€ 83,9 miljoen). Deze heeft voor € 103,7 miljoen betrekking op DAEB vastgoed en voor € 2,4 miljoen op het niet-DAEB vastgoed.

Marktwaarde

Zowel het DAEB- als het niet-DAEB vastgoed in exploitatie is gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat die is bepaald op basis van het “Handboek Modelmatig Waarderen Marktwaarde” die als bijlage is opgenomen bij de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV). Hierbij wordt op basis van de toekomstige kasstromen middels de Discounted Cash Flow (DCF) methode bepaald.

SEW heeft gekozen voor de toepassing van de basisversie van het "Handboek Modelmatig Waarderen Marktwaarde". Dit betekent dat de waardering ten behoeve van de jaarrekening bepaald wordt zonder tussenkomst van een taxateur. Het handboek wordt jaarlijks geactualiseerd. In dit handboek wordt gesteld dat toepassing van de basisversie leidt tot een getrouwe weergave van de marktwaarde in verhuurde staat op portefeuilleniveau, toepassing van de full-versie leidt tot een getrouwe weergave op complexniveau.

Ieder jaar wordt na 1 juli het handboek gevalideerd op basis van de waarderingsuitkomsten van het bezit van corporaties die de full-versie toepassen, dat wil zeggen de waardering gebruikmakend van een externe taxateur op balansdatum van het daaraan voorafgaande boekjaar. Uit het validatie-rapport met betrekking tot de waarderingen ultimo 2024 blijkt dat de basisversie 2024 in ca 97% van de gevallen tot een aanvaardbare marktwaardering op portefeuilleniveau heeft geleid uitgaande van een taxatie-onzekerheid van + of - 10%. Het validatie-effect van 2024 is conform voorgaande jaren als mutatie in de marktwaarde in verhuurde staat in de jaarrekening 2025 verwerkt. 

De jaarlijkse mutatie van de marktwaarde welke tot uitdrukking komt in de jaarrekening (waardeverandering vastgoedportefeuille) bestaat daarom onder meer uit de marktontwikkeling over 2025 enerzijds en de validatie-effecten anderzijds. Voor SEW, met bezit in COROP-regio Noord-Drenthe, bedraagt het validatie-effect 8,06%. Bij de interpretatie van de cijfers moet rekening worden gehouden met verschillen tussen de datasets van de validaties 2023 en 2024. Niet alle portefeuilles zijn in beide jaren opgenomen en in 2024 zijn minder portefeuilles aangeleverd, waardoor resultaten voor Noord-Drenthe met voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd.

De inzichten in de validatie van de waarderingen ultimo 2025 zijn vanzelfsprekend nog niet bekend en zijn daarom niet meegenomen bij de totstandkoming van de jaarrekening.

De volgende gemiddelde disconteringsvoeten zijn gebruikt voor de verschillende categorieën onroerende zaken:

Woongelegenheden DAEB  8,10 
Woongelegenheden niet-DAEB  8,32 

Complexindeling
Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie en dat als één geheel aan een derde
partij in verhuurde staat verkocht kan worden. Er bestaat geen minimum of maximum voor het aantal verhuureenheden in een waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit zowel DAEB als niet-DAEB vastgoed. De waarderingscomplexen ten behoeve van de berekening van de marktwaarde zijn door middel van de volgende indeling bepaald:

PostcodeTypeBouwjaar
9761Eengezinswoning1920-2013
9765Eengezinswoning1938-1962
9761Meergezinswoning1984-2006
9765Meergezinswoning2010-2016
9761Parkeerplaats2009-2012
9761Parkeerplaats2016
9761Garagebox2001
9765Garagebox-

Parameters
Bij het bepalen van de toekomstige kasstromen voor de DCF-berekening wordt gebruik gemaakt van de volgende parameters:

Parameters woongelegenheden 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 en verder
Prijsinflatie 3,30% 3,20% 2,60% 2,20% 2,20% 2,20% 2,00% 2,00%
Loonstijging 6,70% 4,90% 4,20% 3,30% 3,30% 3,30% 2,50% 2,50%
Bouwkostenstijging   4,90% 4,20% 3,30% 3,30% 3,30% 2,50% 2,50%
Leegwaardestijging 11,50% 7,70% 4,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Huurindex gereguleerde woningen, laag segment     3,63% 3,10% 3,01% 2,94% 2,91% 2,66%
Huurindex gereguleerde woningen, midden segment     5,90% 5,20% 4,30% 4,30% 4,30% 3,50%
Huurindex geliberaliseerde woningen, hoog segment     4,20% 3,60% 3,20% 2,20% 2,20% 2,00%
Gemiddeld instandhoudingsonderhoud per VHE - doorexploiteren 2.127
Gemiddeld instandhoudingsonderhoud per VHE - uitponden 1.177
Beheerkosten per VHE - EGW 569
Beheerkosten per VHE - MGW 558
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% WOZ) 0,15%
Huurderving (% huursom) 1,00%
Verkoopkosten (% leegwaarde) 1,00%
Overdrachtskosten (% marktwaarde) 11,40%

Verloop marktwaarde 2024-2025

bedragen x € 1.000

  DAEB Niet-DAEB Totaal
Marktwaarde 31-12-2024 138.071 3.907 141.978
       
Voorraadmutaties      
Verkoop -165 0 -165
Classificatiewijzigingen 182 -182 0
Subtotaal voorraadmutaties 17 -182 -165
       
Mutatie vastgoedgegevens      
Overige basisgegevens 59 0 59
Contracthuur 2.228 35 2.263
Leegstand -75 3 -72
Maximale huur 422 5 427
Mutatiegraad doorexploiteren 1.059 -7 1.052
WOZ-waarde 3.346 125 3.471
Jaarwissel 9 0 9
Subtotaal mutatie vastgoedgegevens 7.048 161 7.209
       
Validatie      
Validatie markthuur -891 -43 -934
Validatie disconteringsvoet 17.823 440 18.263
Subtotaal validatie 16.932 397 17.329
       
Parameterwijzigingen als gevolg van marktontwikkelingen      
Macro-economische parameters 118 -4 114
Reguliere huurstijging -1.127 -11 -1.138
Markthuur 893 43 936
Historische leegwaardestijging 845 20 865
Leegwaardestijging 1.898 46 1.944
Splitsings- en verkoopkosten -21 -1 -22
Onderhoud -936 -21 -957
Beheerkosten -205 -4 -209
Belastingen en verzekeringen 27 1 28
Disconteringsvoet -3.071 -75 -3.146
Subtotaal parameterwijzigingen als gevolg van marktontwikkelingen -1.579 -6 -1.585
       
Marktwaarde 31-12-2025 160.489 4.277 164.766

Beleidswaarde
De beleidswaarde van het DAEB vastgoed in exploitatie bedraagt per 31 december 2025 € 81,5 miljoen (31 december 2024€ 88,2 miljoen). De beleidswaarde van het niet-DAEB vastgoed in exploitatie bedraagt per 31 december 2025 € 3,7 miljoen (31 december 2024€ 3,6 miljoen).

De aansluiting tussen de marktwaarde en de beleidswaarde kan als volgt worden weergegeven:

bedragen x € 1.000

  DAEB Niet-DAEB Totaal
Marktwaarde 31-12-2025 160.489 4.277 164.766
       
Afslag wegens beschikbaarheid  -11.924   -546  -12.470
Afslag wegens betaalbaarheid  -58.334   -592  -58.926
Afslag wegens kwaliteit  -34.462   -351  -34.813
Afslag wegens beheer  -907   16  -891
Opslag wegens disconteringsvoet  26.601   850  27.451
       
Beleidswaarde per 31-12-2025 81.463 3.654 85.117

Uitgangspunten
De uitgangspunten voor het bepalen van de beleidswaarde verschillen met de marktwaarde. Voor de marktwaarde geldt de hoogste waarde van het doorexploiteer- of uitpondscenario. Voor de beleidswaarde geldt altijd het doorexploiteerscenario. 

Voor het bepalen van de marktwaarde wordt gerekend met de markthuur (gemiddeld € 1.038 per woning). Bij de beleidswaarde wordt daarentegen gerekend met de beleidshuur, oftewel streefhuur (gemiddeld € 659 per woning).

De onderhoudsnorm op basis van doorexploiteren bij de marktwaarde bedraagt gemiddeld € 2.127 tegenover een gemiddelde van € 3.424 bij de beleidswaarde. De beheernorm inclusief zakelijke lasten is bij de marktwaarde gemiddeld € 927 en bij de beleidswaarde € 930.

24 woningen hebben een E-, F- of G-label en er zijn geen woningen met achterstallig onderhoud.

Voor de beleidswaarde gelden de volgende disconteringsvoeten voor de verschillende categorieën onroerende zaken:

Woongelegenheden DAEB  4,22 
Woongelegenheden niet-DAEB  4,76 

Huurbeleid

Bij mutatie vraagt SEW de streefhuur aan nieuwe huurders. Deze is per verhuureenheid bepaald. 

De huurstijging is bepaald op basis van het driejaarsgemiddelde van de inflatie. Hiermee wordt aangesloten bij de Nationale Prestatieafspraken 2025–2035. Woningen met een E-, F- of G-energielabel krijgen geen huurverhoging. SEW past geen inkomensafhankelijke huurverhoging toe en brengt de huren niet terug tot de streefhuur of de huurcategoriegrenzen. Dit is in lijn met de begroting voor de periode 2026-2030.

Onderhoud

De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:

  • planmatig onderhoud
  • contractonderhoud
  • dagelijks onderhoud
  • toegerekende kosten

Planmatig onderhoud

Het planmatig onderhoud is gebaseerd op de vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting. De onderhoudsuitgaven betreffen de uitgaven om een verhuurbare eenheid, danwel complex in dezelfde technische en bouwkundige staat te houden, als waarin het zich bij stichting of latere verandering bevond, rekening houdend met het effect van onderhoudscycli, zo nodig na het verhelpen van achterstallig onderhoud indien dit aanwezig is. Het in dezelfde technische en bouwkundige staat houden, houdt in dat er in of aan het vastgoed geen technische gebreken zijn (minimaal conditiescore 4).

Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht SEW conditiemetingen uit overeenkomstig NEN 2767. Eens in de 3 jaar worden de conditiemetingen geactualiseerd.

In de onderhoudsuitgaven zijn dus ook de uitgaven voor de vervanging van daken, voegwerk en kozijnen opgenomen omdat dit in beginstel kwalificeert als instandhouding. Ook de uitgaven voor vervanging van keukens, badkamers en toiletten vallen onder de onderhoudsuitgaven in verband met het technisch en bouwkundig in stand houden van het gebouw.

In de meerjarenonderhoudsbegroting wordt rekening gehouden met de volgende cycli:

Soort onderhoud Periodiciteit
Schilderwerk 6 jaar
Vervanging badkamer en toilet 30 jaar
Vervanging keuken 15 jaar
Vervanging bitumen dak 25 jaar
Vervanging hellend dak 50 jaar
Vervanging cv-ketel 18 jaar

Contractonderhoud

Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties. 

Dagelijks onderhoud

De in de meerjarenonderhoudsbegroting opgenomen geschatte kosten met betrekking tot mutatie- en reparatieonderhoud is gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke zijn geïndexeerd met de bouwkostenindex.

De meerjarenonderhoudsbegroting is opgesteld rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwing, renovatie, sloop, nieuwbouw en verkoop. Voor de beleidswaarde dient de begroting gebaseerd te zijn op de langjarige onderhoudscyclus (60 jaar) van het object op basis van instandhouding. Als gevolg hiervan zijn de volgende correcties doorgevoerd:

  • Nieuwbouw en verkoop is buiten beschouwing gelaten
  • Ingrijpende verbouwing en renovatie is aangepast naar een situatie voordat er correcties als gevolg hiervan zijn verwerkt
  • Levensduur van complexen is verlengd naar 60 jaar 

In de begroting is geen sloop ingerekend.

Beheerlasten

De norm voor beheerlasten is gelijk aan het gemiddelde van de beheerlasten van de eerste 15 prognosejaren gebaseerd op de begroting 2026-2030

E-, F- of G-labels

SEW heeft voor de 24 eenheden met een E-, F- of G-label een correctie doorgevoerd conform het handboek. 

E-label € 5.056
F-label € 9.399
G-label € 15.955

Gevoeligheidsanalyse

In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een aanpassing van de uitgangspunten heeft op de beleidswaarde.

Wijziging Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op de beleidswaarde
Gemiddelde streefhuur per maand - € 50 8% - € 13,9 miljoen 16%
Gemiddelde jaarlijkse onderhoudslasten per verhuureenheid + € 100 3% - € 3,9 miljoen 5%
Gemiddelde jaarlijkse beheerlasten per verhuureenheid + € 100 11% - € 3,9 miljoen 5%
Disconteringsvoet + 0,5 procentpunt   - € 8,4 miljoen 10%

1.3 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Saldo per 1 januari:  
- cumulatieve aanschaffingswaarde 47.545
Boekwaarde 1 januari 47.545
   
Mutaties in het boekjaar:  
- investeringen 122.841
- overboekingen 0
Totaal mutaties in het boekjaar 122.841
   
Saldo per 31 december:  
- cumulatieve aanschaffingswaarde 170.386
Boekwaarde 31 december 170.386

De investeringen in 2025 hebben betrekking op voorbereidingskosten voor nieuwbouw op locatie De Kooi (€ 77.082) en Eelderwolde (€ 45.759).

2. Materiële vaste activa

2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Saldo per 1 januari:  
- cumulatieve aanschaffingswaarde 1.300.500
- cumulatieve afschrijvingen -685.922
Boekwaarde 1 januari 614.578
   
Mutaties in het boekjaar:  
- investeringen 104.948
- desinvesteringen -94.720
- afschrijvingen -55.455
- afschrijvingen desinvesteringen 75.825
Totaal mutaties in het boekjaar 30.598
   
Saldo per 31 december:  
- cumulatieve aanschaffingswaarde 1.310.728
- cumulatieve afschrijvingen -665.552
Boekwaarde 31 december 645.176

Het kantoor en de werkplaats (inclusief inventaris) zijn totaal verzekerd voor een bedrag van € 1.510.500.

Afschrijvingsmethoden en -termijnen
Op de roerende zaken ten dienste van de exploitatie wordt lineair afgeschreven op basis van onderstaande afschrijvingstermijnen:

Bedrijfspand 50 jaar
Werkplaats 15 jaar
Inrichting kantoor 15 jaar
Inventaris administratie 5-10 jaar
Kantoormachines 5-10 jaar
Machines en gereedschappen technische dienst 5-10 jaar
Transportmiddelen 5 jaar
Automatiseringsapparatuur 3 - 5 jaar

3. Voorraden

3.1 Overige voorraden

  31-12-2025 31-12-2024
Materialen 25.000 25.000
Totaal overige voorraden 25.000 25.000

4. Vorderingen

4.1 Huurdebiteuren

  31-12-2025 31-12-2024
Huurdebiteuren 35.048 29.151
Af: voorziening wegens oninbaarheid 0 0
Totaal huurdebiteuren 35.048 29.151

De huurachterstand ultimo 2025 bedraagt 0,44% van de nettojaarhuur (2024: 0,39%).

4.2 Belastingen en premies sociale verzekeringen

  31-12-2025 31-12-2024
Omzetbelasting 906 805
Vennootschapsbelasting 162.397 170.978
Totaal belastingen en sociale premies 163.303 171.783

4.3 Overige vorderingen

  31-12-2025 31-12-2024
Diverse debiteuren 16.930 7.604
Totaal overige vorderingen 16.930 7.604

4.4 Overlopende activa

  31-12-2025 31-12-2024
VVE Stoffer Holtjerweg 6.055 62.535
Diversen 129.933 124.896
Totaal overlopende activa 135.988 187.431

5. Liquide middelen

  31-12-2025 31-12-2024
Kas 199 177
Banken/rekening-courant 226.442 1.137.703
Banken/spaarrekening 1.500.001 0
Totaal liquide middelen 1.726.642 1.137.880

De middelen staan ter vrije beschikking. SEW heeft niet de beschikking over een kredietfaciliteit.

6. Eigen vermogen

6.1 Wettelijke en statutaire reserves

  2025 2024
Saldo per 1 januari 5 5
Mutaties in het boekjaar:    
- overige mutaties 0 0
Saldo per 31 december 5 5

6.2 Overige reserves

  2025 2024
Saldo per 1 januari 35.164.749 33.998.409
Mutaties in het boekjaar:    
- resultaat boekjaar 21.055.509 8.122.380
- gerealiseerde herwaardering uit hoofde van verkoop 135.235 205.299
- waardemutatie herwaarderingsreserve -22.201.083 -7.161.339
Saldo per 31 december 34.154.410 35.164.749

De herwaarderingsreserve wordt bepaald op complexniveau op basis van het verschil in de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde ten opzichte van de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van historische kosten.

Er hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan die van invloed kunnen zijn op het resultaat.

6.3 Herwaarderingsreserve

  2025 2024
Saldo per 1 januari 84.059.614 77.103.574
Mutaties in het boekjaar:    
- realisatie uit hoofde van verkoop -135.235 -205.299
- waardemutatie 22.201.083 7.161.339
Saldo per 31 december 106.125.462 84.059.614

7. Voorzieningen

7.1 Voorziening onrendabele investeringen

  2025 2024
Saldo per 1 januari 943.716 979.764
Bij: dotatie 3.842.282 973.152
Af: vrijval -703.775 -260.917
Af: onttrekkingen -283.283 -748.283
Saldo per 31 december 3.798.940 943.716

De dotatie aan de voorziening onrendabele investeringen heeft betrekking op de onrendabele top die gevormd is voor het verduurzamen van 33 woningen aan de Patrijsweg/Leeuwerikweg. Hierbij is rekening gehouden met de subsidie voor Maatregel 29 die in 2026 wordt ontvangen.

De vrijval heeft betrekking op de verduurzaming van 10 woningen aan de Schultenweg. De onrendabele top voor dit project is in 2024 genomen. Deze bleek echter te hoog te zijn vanwege de ontvangen subsidie voor Maatregel 29 en is in 2025 gecorrigeerd.

De onttrekkingen hebben deels betrekking op de vrijval voor de verduurzaming van de 10 woningen aan de Schultenweg (€ 252.878), namelijk de onrendabele top (€ 282.314) minus de uitgaven voor dit project in 2024 (€ 29.436). Dit project is in 2025 afgerond. Het andere deel heeft betrekking op de uitgaven in 2025 voor het verduurzamen van de 33 woningen aan de Patrijsweg/Leeuwerikweg (€ 33.284) en 3 woningen aan de Brinkhovenlaan (€ 10.058). 

7.2 Voorziening latente belastingverplichtingen

  2025 2024
Saldo per 1 januari 15.646 17.790
Af: vrijval -2.144 -2.144
Saldo per 31 december 13.502 15.646

Er is in 2008 een latente belastingschuld ontstaan, doordat de marktwaarde van de leningportefeuille hoger is dan de boekwaarde van de leningen.

Deze voorziening kent een langlopend karakter (tot 2036).

7.3 Overige voorzieningen

  2025 2024
Saldo per 1 januari 13.510 23.490
Bij: dotatie 0 0
Af: vrijval -10.350 -9.980
Saldo per 31 december 3.160 13.510

Er is in 2023 een voorziening gevormd voor toekomstige uitkeringen aan personeel.

8. Langlopende schulden

8.1 Leningen kredietinstellingen

  2025 2024
Schuldrest per 1 januari 23.172.408 23.249.931
Kortlopend -397.588 -1.077.523
Saldo per 1 januari 22.774.820 22.172.408
Mutaties in het boekjaar:    
Bij:    
- nieuwe leningen 0 2.500.000
- agio 0 0
- overboeking van kortlopende schuld 397.588 1.077.523
- opname variabele hoofdsom 0 2.720.000
Af:    
- aflossingen in lopend boekjaar -397.588 -3.797.523
- terugplaatsing variabele hoofdsom 0 -1.500.000
Schuldrest per 31 december 22.774.820 23.172.408
Aflossing volgend verslagjaar -3.497.654 -397.588
Saldo per 31 december 19.277.166 22.774.820

Leningenoverzicht looptijd korter dan 5 jaar

  Aflossingsdatum Restant looptijd Rentepercentage Restschuld per 31/12/2025
BNG 40.115778 1 juli 2026 6 maand 1,603%  3.100.000 
BNG FLEX 853 17 juli 2028 2 jaar en 6 maand 1-maands Euribor + opslag 0,265%  1.000.000 
         4.100.000 

Leningenoverzicht looptijd langer dan 5 jaar

  Aflossingsdatum Restant looptijd Rentepercentage Restschuld per 31/12/2025
NWB 1-22982 2 februari 2029 4 jaar en 1 maand 5,36%  12.000.000 
Gemeente Tynaarlo, BNG 102.047 1 augustus 2036 11 jaar en 7 maand 5,11%  4.142.395 
BNG 40.116840 2 december 2031 6 jaar en 11 maand 3,35%  1.700.000 
NWB 1-0031192, inzake Vestiaruil 21 december 2061 36 jaar en 11 maand 4,86%  832.425 
         18.674.820 
         
Totaal        22.774.820 

Van de leningen met een looptijd langer dan vijf jaar komt € € 1.926.700 binnen 5 jaar tot aflossing.

De duration van de leningportefeuille bedraagt  -62.930,82  jaar (20243,93 jaar). Het gemiddelde rentepercentage op de leningportefeuille exclusief roll-overlening bedraagt 4,15% (2024: 4,17%). De marktwaarde van de leningen bedraagt ultimo 2025 25,5 miljoen (202426,6 miljoen).

Voor de leningen heeft borgstelling door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) plaatsgevonden voor een bedrag van € 7,8 miljoen.

De variabel rentende lening (roll-over lening) van € 2,5 miljoen kent een terugplaatsingsmogelijkheid. De minimaal aan te houden hoofdsom is € 1,0 miljoen. Periodiek bestaat de mogelijkheid om de resterende € 1,5 miljoen op te nemen dan wel terug te storten. Op 31 december 2025 is het maximale bedrag van € 1,5 miljoen teruggestort.

8.2 Overige schulden

  2025 2024
Saldo per 1 januari 0 9.633
Gerestitueerde waarborgsommen 0 -9.633
Saldo per 31 december 0 0

Met ingang van 1 januari 2000 worden geen waarborgsommen meer geïncasseerd. De resterende waarborgsommen zijn in 2024 gerestitueerd.

9. Kortlopende schulden

9.1 Schulden aan kredietinstellingen

  31-12-2025 31-12-2024
Gemeente Tynaarlo, BNG 102.047 385.340 385.340
BNG 40.115778 3.100.000 0
NWB 1-0031192, inzake Vestiaruil 12.314 12.248
Totaal schulden aan kredietinstellingen 3.497.654 397.588

9.2 Schulden aan leveranciers

  31-12-2025 31-12-2024
Crediteuren 62.931 29.886
Totaal schulden aan leveranciers 62.931 29.886

9.3 Belastingen en premies sociale verzekeringen

  31-12-2025 31-12-2024
Omzetbelasting 0 0
Loonheffing 0 0
Pensioenpremies 0 0
Vennootschapsbelasting 0 0
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 0 0

9.4 Overlopende passiva

  31-12-2025 31-12-2024
Niet vervallen rente leningen 649.454 655.261
Vooruitontvangen huren 31.817 30.774
Overige nog te betalen bedragen 69.511 113.198
Totaal overlopende passiva 750.782 799.233

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

WSW-obligolening
De obligolening is een onderdeel van het borgstelsel van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en is een lening met een variabele hoofdsom. Op het gecommitteerd obligo doet het WSW alleen een beroep wanneer dat noodzakelijk is om middelen in liquide vorm beschikbaar te hebben voortvloeiend uit het risicovermogen in relatie tot geborgde verplichtingen. Normaliter zou daarvoor het jaarlijks obligo toereikend moeten zijn, maar om met hoge mate van zekerheid te kunnen garanderen dat er voldoende middelen beschikbaar zijn, is gekozen voor deze lening met een variabele hoofdsom, afgesloten bij een bank met een triple A rating. De methodiek van de obligolening voorkomt dat WSW grote liquide buffers moet aanhouden om aan kapitaalvereisten te kunnen voldoen.

De obligolening is een lening met een variabele hoofdsom van € 199.000 waarop in beginsel niet getrokken wordt. Zolang er niet getrokken wordt op de obligolening, betaalt SEW over het niet opgenomen deel een bereidstellingsvergoeding van 24 basispunten op jaarbasis aan de bank. De niet opgenomen obligolening telt niet mee in de loan-to-value, maar is wel onderdeel van de onderpandratio.