Spring naar inhoud

Jaarrekening

2.1 Balans per 31 december voor resultaatbestemming

in €

ACTIVA Toel. 31-12-2022 31-12-2021
       
VASTE ACTIVA      
       
Vastgoedbeleggingen 1    
DAEB vastgoed in exploitatie 1.1 135.062.915  146.229.287 
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 1.2 4.632.662  5.106.510 
    139.695.577  151.335.797 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 1.3 43.648  21.478 
    139.739.225  151.357.275 
       
Materiële vaste activa 2    
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 2.1 443.351  446.609 
    443.351  446.609 
       
Financiële vaste activa 3    
Latente belastingvordering 3.1 67.003 
    67.003 
       
Totaal vaste activa   140.182.576  151.870.887 
       
VLOTTENDE ACTIVA      
       
Voorraden 4    
Overige voorraden 4.1 25.000  25.000 
    25.000  25.000 
       
Vorderingen 5    
Huurdebiteuren 5.1 14.602  18.005 
Belastingen en sociale premies 5.2 121.389  151.228 
Overige vorderingen 5.3 20.042  22.840 
Overlopende activa 5.4 234.749  177.049 
    390.782  369.122 
       
Liquide middelen 6 1.285.369  1.281.166 
       
Totaal vlottende activa   1.701.151  1.675.288 
       
       
TOTAAL ACTIVA   141.883.727  153.546.175 
PASSIVA Toel. 31-12-2022 31-12-2021
       
EIGEN VERMOGEN 7    
Wettelijke en statutaire reserves 7.1 5 5
Overige reserves 7.2 30.119.136 29.047.216
Herwaarderingsreserve 7.3 85.472.607 97.575.609
    115.591.748 126.622.830
       
EGALISATIEREKENING 8    
Egalisatierekening 8.1 18.096 70.368
    18.096 70.368
       
VOORZIENINGEN 9    
Voorziening onrendabele investeringen 9.1 992.332 2.067.374
Voorziening latente belastingverplichtingen 9.2 19.934 22.078
    1.012.266 2.089.452
       
LANGLOPENDE SCHULDEN 10    
Leningen kredietinstellingen 10.1 22.069.931 20.867.389
Overige schulden 10.2 10.150 10.569
    22.080.081 20.877.958
       
KORTLOPENDE SCHULDEN 11    
Schulden aan kredietinstellingen 11.1 2.297.458 2.997.394
Schulden aan leveranciers 11.2 61.547 171.525
Belastingen en sociale premies 11.3 25.870 7.425
Overlopende passiva 11.4 796.661 709.223
    3.181.536 3.885.567
       
       
TOTAAL PASSIVA   141.883.727 153.546.175

2.2 Winst- en verliesrekening

in €

Omschrijving Toel. 2022 2021
       
Huuropbrengsten 12 6.720.674 6.666.243
Opbrengsten servicecontracten 13.1 206.032 188.261
Lasten servicecontracten 13.2 -207.172 -226.441
Overheidsbijdragen 14 57.022 54.023
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 15 -484.217 -521.404
Lasten onderhoudsactiviteiten 16 -2.816.794 -2.577.931
Overige directe operationele lasten expl bezit 17 -907.958 -1.113.313
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille   2.567.587 2.469.438
       
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille   492.377 402.798
Toegerekende organisatiekosten   0 0
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille   -339.236 -269.285
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 18 153.141 133.513
       
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille   -906.050 -449.760
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille   -11.300.984 16.881.723
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 19 -12.207.034 16.431.963
       
Opbrengsten overige activiteiten   3.575 3.200
Kosten overige activiteiten   -9.789 -10.614
Netto resultaat overige activiteiten 20 -6.214 -7.414
       
Overige organisatiekosten 21 -251.422 -763.970
       
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten   12.068 27
Rentelasten en soortgelijke kosten   -979.642 -953.513
Saldo financiele baten en lasten 22 -967.574 -953.486
       
Resultaat voor belastingen   -10.711.516 17.310.044
       
Belastingen resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening 23 -319.566 -106.843
       
Resultaat na belastingen   -11.031.082 17.203.201

Winst- en verliesrekening DAEB en niet-DAEB

in €

  2022    
Omschrijving DAEB niet-DAEB Totaal
       
Huuropbrengsten 6.500.808 219.866 6.720.674
Opbrengsten servicecontracten 201.435 4.597 206.032
Lasten servicecontracten -202.550 -4.622 -207.172
Overheidsbijdragen 55.750 1.272 57.022
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -473.413 -10.804 -484.217
Lasten onderhoudsactiviteiten -2.810.907 -5.887 -2.816.794
Overige directe operationele lasten expl bezit -887.699 -20.259 -907.958
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 2.383.424 184.163 2.567.587
       
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 492.377 0 492.377
Toegerekende organisatiekosten 0 0 0
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -339.236 0 -339.236
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 153.141 0 153.141
       
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -906.050 0 -906.050
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -10.749.633 -551.351 -11.300.984
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille -11.655.683 -551.351 -12.207.034
       
Opbrengsten overige activiteiten 3.495 80 3.575
Kosten overige activiteiten -9.571 -218 -9.789
Netto resultaat overige activiteiten -6.076 -138 -6.214
       
Overige organisatiekosten -245.812 -5.610 -251.422
       
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 12.068 0 12.068
Rentelasten en soortgelijke kosten -957.784 -21.858 -979.642
Saldo financiele baten en lasten -945.716 -21.858 -967.574
       
Resultaat voor belastingen -10.316.722 -394.794 -10.711.516
       
Belastingen resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening -312.436 -7.130 -319.566
       
Resultaat na belastingen -10.629.158 -401.924 -11.031.082

2.3 Kasstroomoverzicht

directe methode (x €)

Omschrijving 2022 2021
     
Operationele activiteiten    
Ontvangsten    
Huurontvangsten 6.693.051 6.652.084
Vergoedingen 206.033 188.000
Overige bedrijfsontvangsten 61.633 131.534
Ontvangen interest 15 0
Saldo ingaande kasstromen 6.960.732 6.971.618
     
Uitgaven    
Betalingen aan werknemers 576.500 574.621
Onderhoudsuitgaven 2.344.143 1.978.745
Overige bedrijfsuitgaven 1.111.297 1.246.013
Betaalde interest 955.981 945.002
Sectorspecifieke heffing 7.816 6.167
Verhuurderheffing 581.171 811.526
Vennootschapsbelasting 219.689 341.291
Saldo uitgaande kasstromen 5.796.597 5.903.365
Kasstroom uit operationele activiteiten 1.164.135 1.068.253
     
(Des)investeringsactiviteiten    
Ontvangsten    
Verkoopontvangsten bestaande huur 492.377 402.798
Saldo ingaande kasstromen 492.377 402.798
     
Uitgaven    
Nieuwbouw huur 23.096 19.050
Verbeteruitgaven 2.074.774 521.722
Investeringen overig 69.099 33.117
Saldo uitgaande kasstromen 2.166.969 573.889
Kasstroom uit (des-)investeringsactiviteiten -1.674.592 -171.091
     
Financieringsactiviteiten    
Ingaand    
Nieuw te borgen leningen 3.100.000 3.745.001
Opname variabele hoofdsom 400.000 0
Saldo ingaande kasstromen 3.500.000 3.745.001
     
Uitgaand    
Aflossing geborgde leningen 2.600.000 4.100.000
Aflossing ongeborgde leningen 385.340 385.340
Saldo uitgaande kasstromen 2.985.340 4.485.340
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 514.660 -740.339
     
Mutatie liquide middelen 4.203 156.823
     
Liquide middelen per 1-1 1.281.166 1.124.343
Liquide middelen per 31-12 1.285.369 1.281.166

Kasstroomoverzicht DAEB en niet-DAEB (in €)

  2022    
Omschrijving DAEB niet-DAEB Totaal
       
Operationele activiteiten      
Ontvangsten      
Huurontvangsten 6.473.185 219.866 6.693.051
Vergoedingen 201.436 4.597 206.033
Overige bedrijfsontvangsten 60.258 1.375 61.633
Ontvangen interest 15 0 15
Saldo ingaande kasstromen 6.734.894 225.838 6.960.732
       
Uitgaven      
Betalingen aan werknemers 563.637 12.863 576.500
Onderhoudsuitgaven 2.338.256 5.887 2.344.143
Overige bedrijfsuitgaven 1.086.501 24.796 1.111.297
Betaalde interest 934.651 21.330 955.981
Sectorspecifieke heffing 7.642 174 7.816
Verhuurderheffing 581.171 0 581.171
Vennootschapsbelasting 214.787 4.902 219.689
Saldo uitgaande kasstromen 5.726.645 69.952 5.796.597
       
Kasstroom uit operationele activiteiten 1.008.249 155.886 1.164.135
       
(Des)investeringsactiviteiten      
Ontvangsten      
Verkoopontvangsten bestaande huur 492.377 0 492.377
Saldo ingaande kasstromen 492.377 0 492.377
       
Uitgaven      
Nieuwbouw huur 23.096 0 23.096
Verbeteruitgaven 2.074.774 0 2.074.774
Investeringen overig 69.099 0 69.099
Saldo uitgaande kasstromen 2.166.969 0 2.166.969
       
Kasstroom uit (des-)investeringsactiviteiten -1.674.592 0 -1.674.592
       
Financieringsactiviteiten      
Ingaand      
Nieuw te borgen leningen 3.100.000 0 3.100.000
Opname variabele hoofdsom 400.000   400.000
Saldo ingaande kasstromen 3.500.000 0 3.500.000
       
Uitgaand      
Aflossing geborgde leningen 2.600.000 0 2.600.000
Aflossing ongeborgde leningen 385.340 0 385.340
Saldo uitgaande kasstromen 2.985.340 0 2.985.340
       
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 514.660 0 514.660
       
Mutatie liquide middelen -151.683 155.886 4.203

2.4 Statutaire gegevens

Naam toegelaten instelling Stichting Eelder Woningbouw
Gevestigd in Gemeente Tynaarlo
Datum van oprichting 7 augustus 1917

Datum en nummer Koninklijk Besluit

waarbij de instelling is toegelaten

5 januari 1918, nr. 19

gehandhaafd:

18 september 1958, nr 21

4 oktober 1982, nr. 16

Datum en nummer van inschrijving in het

Handelsregister bij de Kamer van Koophandel

en Fabrieken te Meppel      

18 augustus 1999, nr. 04031659
Datum laatste statutenwijziging    15 november 2018
   
Adres     Industrieweg 2, 9765 BL Paterswolde
Telefoon   050 – 309 52 15
E-mail   info@seweelde.nl
Internet  www.seweelde.nl

2.5 Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening

Deze jaarrekening heeft betrekking op de periode 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022. Alle bedragen luiden in euro's tenzij anders vermeld.

De jaarrekening van SEW is opgesteld volgens de bepalingen van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV). In dit besluit wordt voorgeschreven Titel 9 Boek 2 BW toe te passen, behoudens enkele uitzonderingen van specifieke aard. Tevens is deze jaarrekening opgesteld volgens de door de Raad voor de Jaarverslaggeving uitgegeven Richtlijn 645 Toegelaten instellingen volkshuisvesting.

De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld, worden de activa en passiva gewaardeerd volgens het kostprijsmodel.

Oordelen en schattingen

Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur diverse schattingen. Dit is inherent aan het toepassen van de geldende verslaggevingsstandaarden. In het bijzonder is dit van toepassing op de bepaling van de markt- en beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie. De waardebepaling van het vastgoed is geen exacte wetenschap en tevens betreft dit de grootste schattingspost waar het bestuur een inschatting over moet maken voor de jaarrekening van SEW.

Marktwaarde

De marktwaarde is het geschatte bedrag waartegen vastgoed tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marketing in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de peildatum, waarbij partijen met kennis van zaken, prudent en zonder dwang zouden hebben gehandeld.

Omdat de doelstelling van SEW is te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde in de toekomst zal worden gerealiseerd. Derhalve wordt de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie toegelicht. Deze beleidswaarde sluit aan op het beleid van SEW en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed uitgaande van dit beleid.

Bij het bepalen van de beleidswaarde is het waarderingshandboek gehanteerd. De berekening van de beleidswaarde kent als startpunt de marktwaarde. De beleidswaarde wordt bepaald door op vier aspecten aanpassingen door te voeren in de uitgangspunten van de berekening van de marktwaarde. Deze aspecten zijn:

  • beschikbaarheid: voor de gehele portefeuille wordt het doorexploiteerscenario gehanteerd.
  • betaalbaarheid: de markthuur wordt vervangen door de beleidshuur.
  • kwaliteit: de marktnorm voor onderhoud wordt vervangen door de onderhoudsnorm van SEW.
  • beheer: de marktnorm voor beheer wordt vervangen door de beheernorm van SEW.

Onrendabele investeringen

Feitelijke verplichtingen inzake investeringen nieuwbouw en herstructurering ten behoeve van het bepalen en treffen van een voorziening onrendabele investeringen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door de toegelaten instelling en met haar verbonden partijen zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw- en herstructureringsprojecten.

De financiële impact van voornoemde feitelijke verplichtingen kan afwijken bij daadwerkelijke realisatie. De realisatie kan onder meer wijzigen als gevolg van wettelijke procedures, aanpassingen in voorgenomen bouwproductie en in prijsniveau van leveranciers en daadwerkelijke koopprijzen.

Financiële instrumenten

Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten (zoals vorderingen en schulden), als afgeleide financiële instrumenten (derivaten) verstaan.

Voor elke categorie financiële vaste activa en financiële verplichtingen, zowel in de balans opgenomen als niet in de balans opgenomen, dient de woningcorporatie informatie te geven over de reële waarde, tenzij het verschil tussen boekwaarde en reële waarde van geringe betekenis is.

Primaire financiële instrumenten

Voor de grondslagen van primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost van de ‘Grondslagen voor de waardering van activa en passiva’.

Hedge accounting

SEW past geen hedge accounting toe, omdat er geen derivaten zijn die hierop betrekking hebben.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva

Vastgoedbeleggingen

DAEB vastgoed en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

DAEB vastgoed omvat woningen in exploitatie met een aanvangshuur onder de huurtoeslaggrens, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. De huurtoeslaggrens is een algemeen huurprijsniveau dat jaarlijks per 1 juli door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt vastgesteld. Ultimo 2022 bedraagt deze grens € 763,47 (2021: € 752,33). Het niet-DAEB vastgoed omvat woningen in exploitatie met een aanvangshuur boven de huurtoeslaggrens en commercieel vastgoed.

Grondslag waardering tegen actuele waarde gebaseerd op marktwaarde

Het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie wordt bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten.

Onroerende zaken in exploitatie worden op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet na de eerste verwerking gewaardeerd tegen actuele waarde. Op grond van artikel 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting vindt de waardering plaats tegen de marktwaarde, die overeenkomstig artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting plaatsvindt conform de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting ('Handboek modelmatig waarderen marktwaarde'). Bij het toepassen van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ wordt de basisversie gehanteerd. Voor een verdere toelichting op de toepassing van het waarderingshandboek wordt verwezen naar de toelichting op de balans.

Winsten of verliezen, ontstaan door een wijziging in de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie, worden verantwoord in de winst- en verliesrekening over de periode waarin de wijziging zich voordoet.

Daarnaast wordt ten laste van de resultaatbestemming, hetzij ten laste van de overige reserves, een herwaarderingsreserve gevormd. De herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het verschil tussen de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs en de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie waar de reserve betrekking op heeft.

SEW hanteert de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde voor woongelegenheden en parkeergelegenheden.  Voor de basisversie is de waardering van het vastgoed aannemelijk op portefeuilleniveau. De daaraan gerelateerde herwaarderingsreserve wordt modelmatig op complexniveau bepaald, waardoor een onnauwkeurigheid kan bestaan in de allocatie binnen het eigen vermogen tussen de herwaarderingsreserve en de overige reserves. Bij deze waardering van het vastgoed is geen taxateur betrokken. Als gevolg hiervan bestaat het risico dat de modelmatig bepaalde actuele waarde van het vastgoed in een bepaalde bandbreedte (+/- 10%) kan afwijken van de actuele waarde die met betrokkenheid van een taxateur (i.e. full versie van het Handboek waarbij vrijheidsgraden van toepassing zijn) tot stand zou zijn gekomen.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Dit betreffen complexen in aanbouw die zijn bestemd om te worden ingezet als vastgoed in exploitatie.

Waardering vindt plaats tegen bestede kosten en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering of lagere marktwaarde. In het geval per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen waarbij de geschatte kostprijs van het project in ontwikkeling hoger is dan de geschatte marktwaarde wordt het verschil (onrendabele deel) eerst in mindering gebracht op de reeds bestede kosten en wordt voor het resterend bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen.

Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door de toegelaten instelling zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw-, woningverbeterings- of herstructureringsprojecten.

Herclassificatie van vastgoed in ontwikkeling naar vastgoed in exploitatie vindt plaats bij aanvang van de exploitatie activiteiten. 

Materiële vaste activa

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeveranderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Op terreinen wordt niet afgeschreven.

Financiële vaste activa

Latente belastingvordering

Voor in de toekomst te vorderen belastingbedragen uit hoofde van tijdelijke verschillen tussen commerciële en fiscale balanswaarderingen wordt een latente belastingvordering opgenomen ter grootte van de som van de verschillen vermenigvuldigd met het geldende belastingtarief. Dit gebeurt uitsluitend voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst fiscale winsten beschikbaar zullen zijn voor verrekening.

Voorraden

Overige voorraden

De overige voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere netto-opbrengstwaarde. Deze lagere netto-opbrengstwaarde wordt bepaald door individuele beoordeling van de voorraden. De waardering van de overige voorraden komt tot stand op basis van gewogen gemiddelde prijzen

Vorderingen

De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.  Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.

Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder de kortlopende schulden.

De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Indien middelen niet ter vrije beschikking staan, dan wordt hiermee bij de waardering rekening gehouden.

Egalisatierekening

De rechten op egalisatiesubsidies vallende binnen het regime van het Besluit woning gebonden subsidies (BWS) worden verantwoord in het jaar van ontstaan. De bijdragen worden jaarlijks ten gunste van het resultaat gebracht overeenkomstig de jaarlijkse voor gecalculeerde tekorten van de desbetreffende exploitaties.

Voorzieningen

Voorziening onrendabele investeringen

Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investering gaat behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het betreffende complex overtreffen, wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd.

Voorziening latente belastingverplichtingen

Voor in de toekomst te betalen belastingbedragen uit hoofde van verschillen tussen commerciële en fiscale balanswaarderingen wordt een voorziening getroffen ter grootte van de som van deze verschillen vermenigvuldigd met het geldende belastingtarief.

Bij het vastgoed dat bestemd is voor doorexploitatie kan het verschil feitelijk nooit worden gerealiseerd en is dus sprake van een permanent verschil, om die reden is deze latente belastingvordering op nihil gewaardeerd.

Langlopende schulden

Opgenomen leningen en schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.

De aflossingsverplichting voor het komende jaar is opgenomen onder de kortlopende schulden.

Kortlopende schulden

De kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde (indien deze lager is dan de verkrijgings-/vervaardigingsprijs) en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.

De onder de kortlopende schulden opgenomen posten, inclusief de overlopende passiva, hebben een looptijd korter dan een jaar.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen kosten en opbrengsten van DAEB activiteiten aan de ene kant en niet-DAEB activiteiten aan de andere kant. Kosten en opbrengsten die direct samenhangen met DAEB activiteiten dan wel niet-DAEB activiteiten worden volledig aan de DAEB tak respectievelijk niet-DAEB tak toegerekend. Indirecte kosten en opbrengsten worden naar rato toegerekend aan de DAEB tak en niet-DAEB tak in de verhouding tussen het aantal DAEB woongelegenheden en niet-DAEB woongelegenheden.

Huuropbrengsten

Hier worden de huuropbrengsten opgenomen die uit de exploitatie van het vastgoed worden gegenereerd. Dit zijn zowel de huuropbrengsten uit de exploitatie van het DAEB vastgoed als het niet-DAEB vastgoed.

De opbrengsten uit hoofde van huur worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van opeisbaarheid daar bij tussentijdse beëindiging van het huurcontract geen terugbetalingsverplichting geldt.

Opbrengsten en lasten servicecontracten

Opbrengsten servicecontracten betreffen overeengekomen bijdragen van huurders en worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van levering van de goederen en verlening van de diensten.
De bijdragen zijn voor de dekking van de te maken en gemaakte servicekosten. Gemaakte servicekosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten in het verslagjaar waarop de servicekosten betrekking hebben.

Overheidsbijdragen

Overheidsbijdragen betreffen de vrijval uit de egalisatierekening rijksbijdragen en overige overheidsbijdragen. De overheidsbijdragen hebben betrekking op specifieke regelingen en worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van opeisbaarheid.

Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Hier worden de directe en indirecte kosten verantwoord die te relateren zijn aan de verhuur- en beheeractiviteiten.

Niet direct toerekenbare kosten en opbrengsten worden met behulp van een kostenverdeelstaat toegerekend aan de activiteiten. Zie de grondslag ‘Toerekening van kosten en opbrengsten aan activiteiten’ voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.

Lasten onderhoudsactiviteiten

Onder onderhoudslasten worden alle direct en indirecte aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.

Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen.

Onder deze post worden de kosten ten behoeve van klachtenonderhoud, mutatieonderhoud, contractonderhoud en planmatig onderhoud verantwoord welke direct zijn gerelateerd aan het vastgoed in exploitatie. Voorts zijn de niet direct toerekenbare kosten en opbrengsten toegerekend welke gebaseerd zijn op een kostenverdeelstaat. Zie de grondslag ‘Toerekening van kosten en opbrengsten aan activiteiten’ voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.

De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een verbetering in overeenstemming met de definities inzake onderhoud en beheer zoals opgenomen in bijlage 2 bij artikel 14a lid 1 RTIV.

Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Aan deze posten worden de directe lasten met betrekking tot de exploitatie van het bezit toegerekend die geen betrekking hebben op de verhuur- en beheeractiviteiten of onderhoudsactiviteiten. Gedacht kan worden aan:

  • gemeentelijke heffingen
  • verzekeringskosten
  • verhuurderheffing

Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

De post netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de boekwaarde van het bestaand bezit en de toegerekende organisatiekosten. Opbrengsten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte).

Niet direct toerekenbare kosten en opbrengsten worden met behulp van een kostenverdeelstaat toegerekend aan de activiteiten. Zie de grondslag ‘Toerekening van kosten en opbrengsten aan activiteiten’ voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.

Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De overige waardeveranderingen worden gevormd door:

  • de waardevermindering die is ontstaan door aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw en herstructurering indien en voor zover de verwachte marktwaarde lager is dan de kostprijs;
  • de terugname van eerder genomen waardeverminderingen door gewijzigde inschattingen van stichtingskosten/ marktwaarde.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille betreffen winsten of mogelijke verliezen, die ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille in het verslagjaar.

Netto resultaat overige activiteiten

Onder de opbrengsten overige activiteiten worden onder andere de administratiekosten van nieuwe huurders, de opbrengsten van overige dienstverlening en incidentele opbrengsten verantwoord.

Niet direct toerekenbare kosten en opbrengsten worden met behulp van een kostenverdeelstaat toegerekend aan de kosten overige activiteiten. Zie de grondslag ‘Toerekening van kosten en opbrengsten aan activiteiten’ voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.

Overige organisatiekosten

Dit betreffen kosten en opbrengsten die niet aan reguliere bedrijfsactiviteiten toegerekend kunnen worden en externe opgelegde heffingen door de Autoriteit Woningcorporaties (Aw) en saneringsheffingen van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). 

Niet direct toerekenbare kosten en opbrengsten worden met behulp van een kostenverdeelstaat toegerekend. Zie de grondslag ‘Toerekening van kosten en opbrengsten aan activiteiten’ voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.

Leefbaarheid

Leefbaarheid omvat gemaakte kosten voor fysieke ingrepen die de leefbaarheid in buurten en wijken bevorderen. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.

Financiële baten en lasten

Rentebaten en -lasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van die betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.

Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening, rekening houdend met fiscaal vrijgestelde posten en geheel of gedeeltelijk niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

Vanaf 1 januari 2008 is SEW integraal belastingplichtig geworden voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn sindsdien verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Een en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO). In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van resultaatneming. In de jaarrekening is de vennootschapsbelasting dienovereenkomstig verwerkt.

Lonen, salarissen en sociale lasten

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover zij verschuldigd zijn aan werknemers. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden door de werknemers.

Pensioenlasten

De pensioenregeling betreft een toegezegd-pensioenregeling bij het bedrijfstakpensioenfonds. Deze toegezegd-pensioenregeling is verwerkt als zou sprake zijn van een toegezegde-bijdrageregeling. Behalve de betaling van pensioenpremies bestaat geen verdere verplichting uit hoofde van deze pensioenregeling. SEW heeft in geval van een tekort bij het bedrijfstakpensioenfonds geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan toekomstige premies. De premies worden verantwoord als personeelskosten als deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien deze tot een terugstorting leiden of tot een vermindering van toekomstige betalingen.

De gehanteerde pensioenregeling van SEW is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn: 

  • Er is sprake van een middelloonregeling.
  • Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen.
  • De pensioen(richt)leeftijd is 68 jaar.
  • De regeling kent zowel een partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd door middel van een opbouwregeling (uitkeringsovereenkomst). Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast. Deze is momenteel vastgesteld op 27% van de pensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor. 
  • Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de consumentenprijsindex voor alle huishoudens. Voor actieve deelnemers geldt dat het bestuur streeft naar verhoging met de loonontwikkeling van de branche Woningcorporaties. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.

De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn: 

  1. Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling. 
  2. De toegelaten instelling is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting.
  3. Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.

De (maand)dekkingsgraad van SPW bedraagt ultimo 2022 129,0% (ultimo 2021: 126,0%). De beleidsdekkingsgraad bedraagt ultimo 2022 133,7% (ultimo 2021: 118,8%). Met deze beleidsdekkingsgraad voldoet het pensioenfonds aan de minimaal vereiste 104,2% die is voorgeschreven door De Nederlandse Bank (DNB). De dekkingsgraad is ook hoger dan de vereiste dekkingsgraad van 127,7%. Er is daarom ook geen sprake van een reservetekort.

Het bestuur van het pensioenfonds heeft in 2022 besloten de opgebouwde aanspraken van (gewezen) deelnemers en de ingegane pensioenen per 1 januari 2023 te verhogen met een gedeeltelijke toeslag. Er was ruimte voor een gedeeltelijke toeslag omdat de beleidsdekkingsgraad per eind oktober 2022 hoger was dan 110%. Voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden was de ambitie van het fonds 12,40% (stijging van de prijzen in de periode van juli 2021 tot en met juli 2022) en is een toeslag verleend van 9,84%. Voor actieve deelnemers was de ambitie van het fonds 3,00% (cao-verhogingen in de sector in de periode van 31 juli 2021 tot en met 31 juli 2022) en is een toeslag verleend van 2,38%.

Toerekening van kosten en opbrengsten aan activiteiten

Om tot de functionele indeling van de winst-en-verliesrekening te komen wordt gebruik gemaakt van een kostenverdeelstaat. Hierbij worden de personeelslasten verdeeld op basis van de werkelijke activiteiten van de werknemers. 

Activiteit Percentage
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 41,7%
Lasten onderhoudsactiviteiten 44,2%
Overige activiteiten   1,0%
Overige organisatiekosten 13,1%

De afschrijvingskosten en overige organisatiekosten worden verdeeld door een verdeelsleutel te hanteren op basis van onderstaande tabel: 

Activiteit Percentage
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 43,6%
Lasten onderhoudsactiviteiten 51,6%
Overige activiteiten   0,7%
Overige organisatiekosten   4,1%

Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, investerings- en financieringsactiviteiten.

De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen.

Winstbelastingen, ontvangen interest en betaalde interest worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen inkomsten en uitgaven van DAEB-activiteiten aan de ene kant en niet-DAEB-activiteiten aan de andere kant. Inkomsten en uitgaven die direct samenhangen met DAEB-activiteiten dan wel niet-DAEB-activiteiten worden volledig aan de DAEB-tak respectievelijk niet-DAEB-tak toegerekend. Indirecte inkomsten en uitgaven worden naar rato toegerekend aan de DAEB-tak en niet-DAEB-tak in de verhouding tussen het aantal DAEB-woongelegenheden en niet-DAEB-woongelegenheden.

2.6 Toelichting op de balans

ACTIVA

1. Vastgoedbeleggingen

1.1 en 1.2 DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Totaal
Saldo per 1 januari      
- cumulatieve aanschaffingswaarde 51.669.801 2.090.387 53.760.188
- cumulatieve herwaarderingen 94.559.486 3.016.123 97.575.609
Boekwaarde 1 januari 146.229.287 5.106.510 151.335.797
       
Mutaties in het boekjaar:      
- investeringen 525.790 0 525.790
- desinvesteringen -339.236 0 -339.236
- overboekingen DAEB en niet-DAEB -77.503 77.503 0
- overige waardeveranderingen -525.790 0 -525.790
- aanpassing marktwaarde -10.749.633 -551.351 -11.300.984
Totaal mutaties in het boekjaar -11.166.372 -473.848 -11.640.220
       
Saldo per 31 december:      
- cumulatieve aanschaffingswaarde 51.996.142 2.226.827 54.222.969
- cumulatieve herwaarderingen 83.066.773 2.405.835 85.472.608
Boekwaarde 31 december 135.062.915 4.632.662 139.695.577

Werkzaamheden die dienen om aan de onroerende zaak of een zelfstandig gebouwdeel een wezenlijke verandering aan te brengen, waardoor de onroerende zaak naar inrichting, aard of omvang een wijziging heeft ondergaan, worden als investering aangemerkt. Deze uitgaven worden geactiveerd. De overige onderhoudslasten worden direct ten laste van het resultaat gebracht.

De post DAEB vastgoed in exploitatie omvat 964 (2021: 966) woongelegenheden en de post niet-DAEB vastgoed omvat 22 (2021: 22) woongelegenheden en 157 parkeergelegenheden. De parkeergelegenheden werden in 2021 verantwoord onder het DAEB vastgoed in exploitatie.

De WOZ waarde op basis van de WOZ-beschikkingen 2023 (peildatum 01-01-2022) van het DAEB vastgoed bedraagt € 214,1 miljoen (beschikkingen 2022: € 185,0 miljoen) en van het niet-DAEB vastgoed € 6,3 miljoen (beschikkingen 2022: € 5,7 miljoen).

De verhuureenheden zijn verzekerd bij de Raetsheren van Orden. De premie bedraagt € 18,08 per verhuureenheid per jaar.

Herwaarderingen

Per 31 december 2022 is de som van de in de vaste activa in exploitatie opgenomen herwaarderingen € 85,5 miljoen (2021: € 97,6 miljoen). Deze heeft voor € 83,1 miljoen betrekking op DAEB vastgoed en voor € 2,4 miljoen op het niet-DAEB vastgoed.

Marktwaarde

Zowel het DAEB- als het niet-DAEB vastgoed in exploitatie is gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat die is bepaald op basis van het “Handboek modelmatig waarderen marktwaarde” die als bijlage is opgenomen bij de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (RTIV). Hierbij wordt op basis van de toekomstige kasstromen middels de Discounted Cash Flow (DCF) methode bepaald.

Bij het bepalen van de marktwaarde is de basisversie van het waarderingshandboek gehanteerd. De variabelen in de berekening zijn conform het waarderingshandboek gehanteerd. Aangezien de basisversie van het waarderingshandboek is gehanteerd, is de marktwaarde niet gebaseerd op een waardering door een onafhankelijk en ter zake deskundig taxateur.

De volgende gemiddelde disconteringsvoeten zijn gebruikt voor de verschillende categorieën onroerende zaken:

Woongelegenheden DAEB 7,08
Woongelegenheden niet-DAEB 7,00

Complexindeling

Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat verkocht kan worden. Er bestaat geen minimum of maximum voor het aantal verhuureenheden in een waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit zowel DAEB- als niet-DAEB vastgoed. De waarderingscomplexen ten behoeve van de berekening van de marktwaarde zijn door middel van de volgende indeling bepaald:

Postcode Type Bouwjaar
9761 Eengezinswoning 1920-2013
9765 Eengezinswoning 1938-1962
9761 Meergezinswoning 1984-2006
9765 Meergezinswoning 2010-2016
9761 Parkeerplaats 2009-2012
9761 Parkeerplaats 2016
9761 Garagebox 2001
9765 Garagebox -

Parameters

Bij het bepalen van de toekomstige kasstromen voor de DCF-berekening wordt gebruik gemaakt van de volgende parameters:

Parameters woongelegenheden 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 en verder
Prijsinflatie 2,70% 9,90% 2,60% 2,30% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Loonstijging   2,90% 3,70% 3,30% 3,30% 3,30% 3,30% 2,50%
Bouwkostenstijging   7,80% 3,70% 3,30% 3,30% 3,30% 3,30% 2,50%
Leegwaardestijging 15,10% -5,43% -2,50% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Huurindex gereguleerde woningen     2,90% 3,70% 3,30% 2,50% 2,50% 2,50%
Huurindex geliberaliseerde woningen     3,90% 2,60% 2,30% 2,00% 2,00% 2,00%
Instandhoudingsonderhoud per VHE - doorexploiteren 1.199-2.189
Instandhoudingsonderhoud per VHE - uitponden 712-1.332
Beheerkosten per VHE - EGW 481
Beheerkosten per VHE - MGW 472
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% WOZ) 0,17%
Huurderving (% huursom) 1,00%
Verkoopkosten (% leegwaarde) 1,00%
Overdrachtskosten (% marktwaarde) 11,40%

Verloop marktwaarde 2021-2022

bedragen x € 1.000

  DAEB Niet-DAEB Totaal
Marktwaarde 31-12-2021 146.229 5.107 151.336
       
Voorraadmutaties      
Verkoop -339 0 -339
Classificatiewijzigingen -78 78 0
Subtotaal voorraadmutaties -417 78 -339
       
Mutatie vastgoedgegevens      
Oppervlakte en vastgoedtype -67 1 -66
Contracthuur en leegstand 1.424 57 1.481
Maximale huur 56 0 56
WOZ-waarde 13.168 301 13.469
Mutatiekans -1.425 5 -1.420
Complexdefinitie en verkooprestricties 63 0 63
Subtotaal mutatie vastgoedgegevens 13.219 364 13.583
       
Methodische wijzigingen      
Aanpassing grondslag indexatie contracthuur 1.815 19 1.834
Overdrachtskosten -657 -17 -674
Overig 0 0 0
Subtotaal methodische wijzigingen 1.158 2 1.160
       
Parameterwijzigingen als gevolg van validatie handboek      
Markthuur 5 -3 2
Disconteringsvoet -622 -19 -641
Subtotaal parameterwijzigingen als gevolg van validatie handboek -617 -22 -639
       
Parameterwijzigingen als gevolg van marktontwikkelingen      
Macro-economische parameters -559 4 -555
Liberalisatiegrens -221 0 -221
Reguliere huurstijging -1.228 9 -1.219
Markthuur 359 27 386
Leegwaardestijging -25.545 -831 -26.376
Splitsings- en verkoopkosten 238 7 245
Onderhoud -1.123 -30 -1.153
Beheerkosten -124 -3 -127
Belastingen en verzekeringen 149 4 153
Verhuurderheffing 5.995 0 5.995
Disconteringsvoet -2.450 -83 -2.533
Subtotaal parameterwijzigingen als gevolg van marktontwikkelingen -24.509 -896 -25.405
       
Marktwaarde 31-12-2022 135.063 4.633 139.696

Beleidswaarde

De beleidswaarde van het DAEB vastgoed in exploitatie bedraagt per 31 december 2022 € 67.944.000 (31 december 2021: € 60.960.000). De beleidswaarde van het niet-DAEB vastgoed in exploitatie bedraagt per 31 december 2022 € 3.391.000 (31 december 2021: € 3.404.000).

De aansluiting tussen de marktwaarde en de beleidswaarde kan als volgt worden weergegeven:

bedragen x € 1.000

  DAEB Niet-DAEB Totaal
Marktwaarde 31-12-2022 135.063 4.633 139.696
       
Opslag wegens beschikbaarheid  3.308   -102  3.206
Afslag wegens betaalbaarheid  -44.018   -715  -44.733
Afslag wegens kwaliteit  -25.938   -473  -26.411
Afslag wegens beheer  -471   48  -423
       
Beleidswaarde per 31-12-2022 67.944 3.391 71.335

Uitgangspunten

De uitgangspunten voor het bepalen van de beleidswaarde verschillen met de marktwaarde. Voor de marktwaarde geldt de hoogste waarde van het doorexploiteer- of uitpondscenario. Voor de beleidswaarde geldt altijd het doorexploiteerscenario. 

Voor het bepalen van de marktwaarde wordt gerekend met de markthuur (gemiddeld € 849 per woning). Bij de beleidswaarde wordt daarentegen gerekend met de beleidshuur, oftewel streefhuur (gemiddeld € 608 per woning).

De onderhoudsnorm op basis van doorexploiteren bij de marktwaarde bedraagt gemiddeld € 1.756 tegenover een norm van € 2.688 bij de beleidswaarde. De beheernorm inclusief zakelijke lasten is bij de marktwaarde gemiddeld € 798 en bij de beleidswaarde € 790.

Voor de beleidswaarde gelden de volgende gemiddelde disconteringsvoeten voor de verschillende categorieën onroerende zaken:

Woongelegenheden DAEB 6,26
Woongelegenheden niet-DAEB 6,18

1.3 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Saldo per 1 januari:  
- cumulatieve aanschaffingswaarde 21.478
Boekwaarde 1 januari 21.478
   
Mutaties in het boekjaar:  
- investeringen 22.170
- overboekingen 0
Totaal mutaties in het boekjaar 22.170
   
Saldo per 31 december:  
- cumulatieve aanschaffingswaarde 43.648
Boekwaarde 31 december 43.648

De investeringen in 2022 hebben betrekking op voorbereidingskosten voor mogelijke nieuwbouw op locatie De Kooi en de Bladergroenlocatie.

2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Saldo per 1 januari:  
- cumulatieve aanschaffingswaarde 974.006
- cumulatieve afschrijvingen -527.397
Boekwaarde 1 januari 446.609
   
Mutaties in het boekjaar:  
- investeringen 69.099
- desinvesteringen -21.718
- afschrijvingen -72.357
- afschrijvingen desinvesteringen 21.718
Totaal mutaties in het boekjaar -3.258
   
Saldo per 31 december:  
- cumulatieve aanschaffingswaarde 1.021.384
- cumulatieve afschrijvingen -578.033
Boekwaarde 31 december 443.351

Het kantoor en de werkplaats (inclusief inventaris) zijn totaal verzekerd voor een bedrag van € 1.325.200.

Afschrijvingsmethoden en -termijnen

Op de roerende zaken ten dienste van de exploitatie wordt lineair afgeschreven op basis van onderstaande afschrijvingstermijnen:

Bedrijfspand 50 jaar
Werkplaats 15 jaar
Inrichting kantoor 15 jaar
Inventaris administratie 5-10 jaar
Kantoormachines 5-10 jaar
Machines en gereedschappen technische dienst 5-10 jaar
Transportmiddelen 5 jaar
Automatiseringsapparatuur 3 - 5 jaar

3.1 Latente belastingvordering

  2022 2021
Saldo per 1 januari 67.003 0
Bij: dotatie 0 67.003
Af: vrijval -67.003 0
Saldo per 31 december 0 67.003

De volkshuisvestelijke bijdrage ten gevolge van de Vestiaruil is commercieel als last genomen in 2021. Fiscaal mag 50% in aftrek worden gebracht in 2021 en de resterende 50% in 2022. Hierdoor is er sprake van een tijdelijk waarderingsverschil op de balans. Hiervoor is in 2021 een actieve belastinglatentie gevormd. Deze valt vrij in 2022.

4.1 Overige voorraden

  31-12-2022 31-12-2021
Materialen 25.000 25.000
Totaal overige voorraden 25.000 25.000

5.1 Huurdebiteuren

  31-12-2022 31-12-2021
Huurdebiteuren 14.602 18.005
Af: voorziening wegens oninbaarheid 0 0
Totaal huurdebiteuren 14.602 18.005

De huurachterstand ultimo boekjaar bedraagt 0,20% van de nettojaarhuur (2021: 0,27%).

5.2 Belastingen en premies sociale verzekeringen

  31-12-2022 31-12-2021
Omzetbelasting 5.163 0
Vennootschapsbelasting 116.226 151.228
Totaal belastingen en sociale premies 121.389 151.228

5.3 Overige vorderingen

  31-12-2022 31-12-2021
Diverse debiteuren 20.042 22.840
Totaal overige vorderingen 20.042 22.840

5.4 Overlopende activa

  31-12-2022 31-12-2021
VVE Stoffer Holtjerweg 45.747 44.473
Diversen 189.002 132.576
Totaal overlopende activa 234.749 177.049

6. Liquide middelen

  31-12-2022 31-12-2021
Kas 280 800
Banken/rekening-courant 1.285.089 1.280.366
Banken/spaartegoeden 0 0
Totaal liquide middelen 1.285.369 1.281.166

De middelen staan ter vrije beschikking. SEW heeft niet de beschikking over een kredietfaciliteit.

7.1 Wettelijke en statutaire reserves

  2022 2021
Saldo per 1 januari 5 5
Mutaties in het boekjaar:    
- toevoegingen 0 0
- vrijval 0 0
Saldo per 31 december 5 5

7.2 Overige reserves

  2022 2021
Saldo per 1 januari 29.047.216 28.126.196
Mutaties in het boekjaar:    
- resultaat boekjaar -11.031.082 17.203.201
- gerealiseerde herwaardering uit hoofde van verkoop 276.229 185.524
- waardemutatie herwaarderingsreserve 11.826.773 -16.467.705
Saldo per 31 december 30.119.136 29.047.216

7.3 Herwaarderingsreserve

  2022 2021
Saldo per 1 januari 97.575.609 81.293.428
Mutaties in het boekjaar:    
- realisatie uit hoofde van verkoop -276.229 -185.524
- waardemutatie -11.826.773 16.467.705
Saldo per 31 december 85.472.607 97.575.609

De herwaarderingsreserve wordt bepaald op complexniveau op basis van het verschil in de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde ten opzichte van de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van historische kosten.

Er hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan die van invloed kunnen zijn op het resultaat.

8.1 Egalisatierekening

  2022 2021
Saldo per 1 januari 70.368 116.525
Bij: rentevergoeding (6,75%) 4.750 10.571
Af: vrijval ten gunste van de exploitatie -57.022 -56.728
Saldo per 31 december 18.096 70.368

9.1 Voorziening onrendabele investeringen

  2022 2021
Saldo per 1 januari 2.067.374 2.171.665
Bij: dotatie 380.260 35.743
Af: onttrekkingen -1.455.302 -140.034
Saldo per 31 december 992.332 2.067.374

De voorziening onrendabele investeringen heeft betrekking op het grootschalige renovatieproject Patrijs-, Fazant- en Leeuwerikweg. Door de gestegen bouwkosten was de reeds gevormde onrendabele top niet toereikend. De onrendabele top is opnieuw bepaald.

9.2 Voorziening latente belastingverplichtingen

  2022 2021
Saldo per 1 januari 22.078 24.222
Af: vrijval -2.144 -2.144
Saldo per 31 december 19.934 22.078

Er is in 2008 een latente belastingschuld ontstaan, doordat de marktwaarde van de leningportefeuille hoger is dan de boekwaarde van de leningen.

Deze voorziening kent een langlopend karakter (tot 2036).

10.1 Leningen kredietinstellingen

  2022 2021
Schuldrest per 1 januari 23.864.783 24.069.096
Kortlopend -2.997.394 -1.885.340
Saldo per 1 januari 20.867.389 22.183.756
Mutaties in het boekjaar:    
Bij:    
- nieuwe leningen 3.100.000 3.745.001
- agio 0 536.026
- overboeking van kortlopende schuld 2.997.394 1.885.340
- opname variabele hoofdsom 400.000 2.000.000
Af:    
- aflossingen in lopend boekjaar -2.997.394 -3.885.340
- terugplaatsing variabele hoofdsom 0 -2.600.000
Schuldrest per 31 december 24.367.389 23.864.783
Aflossing volgend verslagjaar -2.297.458 -2.997.394
Saldo per 31 december 22.069.931 20.867.389
Leningenoverzicht looptijd korter dan 5 jaar        
  Aflossingsdatum Restant looptijd Rentepercentage Restschuld per 31/12/2022
NWB 1-30214 1 september 2023 8 maand - 0,13%  1.900.000 
NWB roll-overlening 2-30957 1 juli 2024 1 jaar en 6 maand 1-maands Euribor + spread 14 bp  1.200.000 
BNG 40.115778 1 juli 2026 3 jaar en 6 maand 1,603%  3.100.000 
         6.200.000 
         
Leningenoverzicht looptijd langer dan 5 jaar        
  Aflossingsdatum Restant looptijd Rentepercentage Restschuld per 31/12/2022
NWB 1-22982 2 februari 2029 7 jaar en 1 maand 5,36%  12.000.000 
Gemeente Tynaarlo, BNG 102.047 1 augustus 2036 14 jaar en 7 maand 5,11%  5.298.416 
NWB 1-0031192, inzake Vestiaruil 21 december 2061 49 jaar en 11 maand 4,86%  868.973 
         18.167.389 
         
Totaal        24.367.389 

Van de leningen met een looptijd langer dan vijf jaar komt € 1.926.700 binnen 5 jaar tot aflossing.

De duration van de leningportefeuille bedraagt 4,57 jaar. Het gemiddelde rentepercentage op de leningportefeuille exclusief roll-overlening bedraagt 4,15% (2021: 4,05%). De marktwaarde van de leningen bedraagt ultimo 2022 € 28,1 miljoen (2021: € 32,9 miljoen).

Voor de leningen heeft borgstelling door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) plaatsgevonden voor een bedrag van € 8,7 miljoen.

De variabel rentende lening (roll-over lening) van € 3,4 miljoen kent een terugplaatsingsmogelijkheid. De minimaal aan te houden hoofdsom is € 0,7 miljoen. Periodiek bestaat de mogelijkheid om de resterende € 2,7 miljoen op te nemen dan wel terug te storten. Op 31 december 2022 is € 2,2 miljoen teruggestort.

10.2 Overige schulden

  2022 2021
Saldo per 1 januari 10.569 11.002
Gerestitueerde waarborgsommen -419 -433
Saldo per 31 december 10.150 10.569

Met ingang van 1 januari 2000 worden geen waarborgsommen meer geïncasseerd. De waarborgsommen zullen bij het verlaten van de woning worden gerestitueerd.

11.1 Schulden aan kredietinstellingen

  31-12-2022 31-12-2021
Gemeente Tynaarlo, BNG 102.047 385.340 385.340
Vestia 608 0 2.600.000
NWB 1-030214 1.900.000 0
NWB 1-0031192, inzake Vestiaruil 12.118 12.054
Totaal schulden aan kredietinstellingen 2.297.458 2.997.394

11.2 Schulden aan leveranciers

  31-12-2022 31-12-2021
Crediteuren 61.547 171.525
Totaal schulden aan leveranciers 61.547 171.525

11.3 Belastingen en premies sociale verzekeringen

  31-12-2022 31-12-2021
Omzetbelasting 0 349
Loonheffing 17.786 0
Pensioenpremies 8.084 7.076
Vennootschapsbelasting 0 0
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 25.870 7.425

11.4 Overlopende passiva

  31-12-2022 31-12-2021
Niet vervallen rente leningen 656.413 637.856
Vooruitontvangen huren 35.538 57.018
Nog te ontvangen inkoopfacturen 0 0
Overige nog te betalen bedragen 104.710 14.349
Totaal overlopende passiva 796.661 709.223

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Er is een contract afgesloten met Veenman voor een kopieerapparaat. De waarde van het contract is na 2022: € 13.500.  Een deel van deze verplichting vervalt in 2023.

Veenman Contract per 19-09-2018 (zes jaar)
2023  7.864 
2024  5.636 
   13.500 

In 2020 is een opdracht voor groot onderhoud aan 24 woningen verstrekt aan Boekema B.V. Dit werk wordt in 2022 en 2023 uitgevoerd. Het bedrag excl. BTW bedraagt:

Boekema Vastgoedonderhoud B.V.  
2023  751.333 
   751.333 

WSW-obligolening

De obligolening is een nieuw onderdeel van het borgstelsel van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en is een lening met een variabele hoofdsom. Op het gecommitteerd obligo doet het WSW alleen een beroep wanneer dat noodzakelijk is om middelen in liquide vorm beschikbaar te hebben voortvloeiend uit het risicovermogen in relatie tot geborgde verplichtingen. Normaliter zou daarvoor het jaarlijks obligo toereikend moeten zijn, maar om met hoge mate van zekerheid te kunnen garanderen dat er voldoende middelen beschikbaar zijn, is gekozen voor deze lening met een variabele hoofdsom, afgesloten bij een bank met een triple A rating. De methodiek van de obligolening voorkomt dat WSW grote liquide buffers moet aanhouden om aan kapitaalvereisten te kunnen voldoen.

De obligolening is een lening met een variabele hoofdsom van € 148.000 waarop in beginsel niet getrokken wordt. Zolang er niet getrokken wordt op de obligolening, betaalt SEW over het niet opgenomen deel een bereidstellingsvergoeding van 20 basispunten op jaarbasis aan de bank. De niet opgenomen obligolening telt niet mee in de loan-to-value, maar is wel onderdeel van de onderpandratio.

Jubileumvoorziening

Vanwege de geringheid van het personeelsbestand van de SEW is er voor 2022 geen bedrag als voorziening jubileum gereserveerd.

2.7 Toelichting op de winst- en verliesrekening

12. Huuropbrengsten

  2022 2021
Huuropbrengsten DAEB vastgoed in exploitatie    
Woningen en woongebouwen 6.527.872 6.452.870
Onroerende zaken, niet zijnde woningen (garages/parkeerplaatsen) 8.380 12.613
     
Af: huurderving wegens leegstand -31.738 -10.912
Af: huurderving wegens oninbaarheid -3.706 -12.153
Subtotaal huuropbrengsten DAEB vastgoed in exploitatie 6.500.808 6.442.418
     
Huuropbrengsten niet-DAEB vastgoed in exploitatie    
Woningen en woongebouwen 219.638 226.276
     
Af: huurderving wegens leegstand 228 -2.451
Af: huurderving wegens oninbaarheid 0 0
Subtotaal huuropbrengsten niet-DAEB vastgoed in exploitatie 219.866 223.825
     
Totaal huuropbrengsten 6.720.674 6.666.243

De jaarlijkse huurverhoging is van overheidswege gebonden aan een maximum. Voor het verslagjaar 2022 bedroeg dit maximum 2,3%. SEW heeft voor 2022 deze huurverhoging gehanteerd. Een uitzondering hierop waren de woningen met een slecht energielabel (E, F of G). Bij deze woningen is de huurprijs niet verhoogd.

De huurderving over 2022 bedraagt 0,52% (2021: 0,38%). In de begroting is rekening gehouden met een percentage van 0,50%.

13.1 Opbrengsten servicecontracten

  2022 2021
Diverse complexen 207.530  188.709 
Af: derving -1.498  -448 
Totaal opbrengsten servicecontracten 206.032  188.261 

13.2 Lasten servicecontracten

  2022 2021
Diverse complexen -207.172 -167.311
Servicekosten VVE Stoffer Holtjerweg 0 -59.130
Totaal lasten servicecontracten -207.172 -226.441

14. Overheidsbijdragen

  2022 2021
Vrijval egalisatiereserve D.K.P.H - woningen 57.022  54.023 
Totaal overheidsbijdragen 57.022  54.023 

15. Lasten verhuur- en beheeractiviteiten

  2022 2021
Toegerekende personeelskosten -254.208  -259.900 
Toegerekende afschrijvingen -31.547  -32.904 
Toegerekende overige organisatiekosten -198.462  -228.600 
Totaal lasten verhuur- en beheeractiviteiten -484.217  -521.404 

16. Lasten onderhoudsactiviteiten

  2022 2021
Onderhoudslasten DAEB vastgoed in exploitatie -2.810.907 -2.565.437
Onderhoudslasten niet-DAEB vastgoed in exploitatie -5.887 -12.494
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten -2.816.794 -2.577.931

De specificatie van de werkelijke onderhoudskosten is als volgt:

Klachten- en mutatieonderhoud -318.590 -287.344
Kontraktonderhoud (c.v en liftinstallaties) -200.330 -195.795
WMO aanpassingen 0 0
KOF/GRF -30.659 -40.108
Planmatig onderhoud -1.754.621 -1.610.599
Conditiemeting/energielabels 0 -16.272
  -2.304.200 -2.150.118
Doorbelastingen 39.799 42.119
  -2.264.401 -2.107.999
Toegerekende personeelskosten -269.449 -233.735
Toegerekende afschrijvingen -37.336 -29.720
Toegerekende overige organisatiekosten -245.608 -206.477
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten -2.816.794 -2.577.931

17. Overige directe operationele lasten expl bezit

  2022 2021
Gemeentelijke heffingen -284.609 -270.010
Verzekeringen -24.499 -23.303
Verhuurderheffing -581.171 -811.526
Overige directe exploitatielasten bezit -17.679 -8.474
Totaal overige directe operationele lasten expl. bezit -907.958 -1.113.313

18. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

  2022 2021
Verkoopopbrengst 500.000 410.000
Verkoopkosten -7.623 -7.202
  492.377 402.798
Toegerekende organisatiekosten 0 0
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -339.236 -269.285
Totaal netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 153.141 133.513

In het verslagjaar zijn 2 woningen verkocht (Wolfhorn 45 en Kluivingskampenweg 35). Er is 1 verkoop begroot.

19. Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

  2022 2021
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille    
Waardeveranderingen -906.050 -449.760
Totaal overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -906.050 -449.760
     
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille    
Verschil marktwaarde t.o.v. vorig boekjaar -11.300.984 16.881.723
Totaal niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -11.300.984 16.881.723

20. Netto resultaat overige activiteiten

  2022 2021
Opbrengsten overige activiteiten    
Administratiekosten 2.075 1.700
Vergoedingen VvE 1.500 1.500
Totaal opbrengsten overige activiteiten 3.575 3.200
     
Kosten overige activiteiten    
Toegerekende personeelskosten -6.096 -6.396
Toegerekende afschrijvingen -507 -531
Toegerekende overige organisatiekosten -3.186 -3.687
Totaal kosten overige activiteiten -9.789 -10.614

21. Overige organisatiekosten

  2022 2021
Sectorspecifieke heffingen -7.817 -6.167
Saneringsheffing 0 0
Volkshuisvestelijke bijdrage 0 -536.026
Kosten Raad van Commissarissen -48.034 -47.387
Algemene kosten -94.084 -67.683
  -149.935 -657.263
Toegerekende personeelskosten -79.859 -81.401
Toegerekende afschrijvingen -2.967 -3.184
Toegerekende overige organisatiekosten -18.661 -22.122
Totaal kosten overige activiteiten -251.422 -763.970

22. Financiële baten en lasten

  2022 2021
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten    
Rente uitgezette middelen 0 0
Rente op overige vorderingen 12.068 27
Totaal andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 12.068 27
     
Rentelasten en soortgelijke kosten    
Toegevoegde rente egalisatierekening brutering -4.750 -7.865
Rente leningen kredietinstellingen -964.672 -935.077
Overige rentelasten -10.220 -10.571
Totaal rentelasten en soortgelijke kosten -979.642 -953.513

23. Belastingen

  2022 2021
Mutatie latente belastingvordering -67.003 67.003
Mutatie latente belastingschuld 2.144 2.144
Vennootschapsbelasting 2019 -23.220 0
Vennootschapsbelasting 2020 0 30.212
Vennootschapsbelasting 2021 18.609 -206.202
Vennootschapsbelasting 2022 -250.096 0
Totaal belastingen -319.566 -106.843
Fiscale winst over 2022: 1.134.714
Eerste € 395.000 15% 59.250
Daarna 25,8% 190.846
  250.096

De effectieve belastingdruk over 2022 bedraagt -/- 3,0% van de winst (2021: 0,6%).

24. Verdeling van indirecte kosten in functionele model naar activiteiten

Personeelskosten volgens het categoriaal model    
Lonen en salarissen -484.230 -460.965
Sociale lasten -59.197 -58.335
Pensioenlasten -66.185 -62.132
  -609.612 -581.432
     
Personeelskosten in het functionele model    
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -254.208 -259.900
Lasten onderhoudsactiviteiten -269.449 -233.735
Toegerekende organisatiekosten netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 0 0
Overige activiteiten -6.096 -6.396
Overige organisatiekosten -79.859 -81.401
Leefbaarheid 0 0
  -609.612 -581.432

Per 31 december 2022 bedraagt het aantal medewerkers 8. Het aantal fte’s op fulltime basis bedraagt aan het einde van het verslagjaar 7,3.

Afschrijvingskosten volgens het categoriaal model 2022 2021
Afschrijvingen materiële vaste activa -72.357 -66.339
  -72.357 -66.339
     
Afschrijvingskosten in het functionele model    
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -31.547 -32.904
Lasten onderhoudsactiviteiten -37.336 -29.720
Toegerekende organisatiekosten netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 0 0
Overige activiteiten -507 -531
Overige organisatiekosten -2.967 -3.184
Leefbaarheid 0 0
  -72.357 -66.339
Overige organisatiekosten volgens het categoriaal model    
Overige organisatiekosten -465.917 -460.886
  -465.917 -460.886
     
Overige organisatiekosten in het functionele model    
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -198.462 -228.600
Lasten onderhoudsactiviteiten -245.608 -206.477
Toegerekende organisatiekosten netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 0 0
Overige activiteiten -3.186 -3.687
Overige organisatiekosten -18.661 -22.122
Leefbaarheid 0 0
  -465.917 -460.886

25. Accountantshonoraria

Onderstaande bedragen aan accountantshonoraria (inclusief BTW) zijn ten laste van het resultaat gebracht:

  2022 2021
Onderzoek van de jaarrekening (conform voorgesteld honorarium) 44.431 37.699
Andere controle opdrachten 0 0
Advieskosten op fiscaal terrein 21.889 10.237
Andere niet-controle diensten 0 0
  66.320 47.936

2.8 Toelichting Wet Normering Topinkomens

Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op SEW. Het voor SEW toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt in 2022 volgens klasse B Woningcorporaties € 115.000.

Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking  
  M. Veenstra
Functie (functienaam) Bestuurder
In dienst vanaf  1-mei-11
In dienst tot heden
(Fictieve) dienstbetrekking? Ja
Deeltijdfactor 100%
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 99.274
Voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn 15.724
Totaal bezoldiging 114.998
   
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 115.000
   
Vergelijkende cijfers 2021  
(Fictieve) dienstbetrekking? Ja
Deeltijdfactor 100%
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 97.144
Voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn 13.856
Totaal bezoldiging 111.000
   
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 111.000
Toezichthoudende topfunctionarissen          
  M.Y. van der Veen   J. Dunning   A. de Vries
Functie (functienaam) Voorzitter RvC   Lid RvC   Lid RvC
In dienst vanaf  1-jan-15    1-jan-20    1-jun-21
In dienst tot 31-dec-22   heden   heden
Totaal bezoldiging in kader van de WNT 11.040   7.360   7.360
           
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 17.250   11.500   11.500
           
Vergelijkende cijfers 2021          
Totaal bezoldiging in kader van de WNT 10.360   6.920   4.037
           
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 16.650   11.100   5.550

De Raad van Commissarissen heeft conform de Regeling bezoldigingsmaxima toegelaten instelling volkshuisvesting SEW ingedeeld in klasse B, met een bijbehorend bezoldigingsmaximum voor de Raad van Bestuur van € 115.000. Dit maximum wordt niet overschreden door de Raad van Bestuur.

Het bijbehorende bezoldigingsmaximum voor de voorzitter van de Raad van Commissarissen bedraagt € 17.250 en voor de overige leden van de Raad van Commissarissen € 11.500. Deze maxima worden niet overschreden.

2.9 Bestuursverklaring

Het bestuur verklaart dat alle uitgaven in het boekjaar in het belang van de volkshuisvesting zijn gedaan.

Vastgesteld door Bestuur / Directie op 30 mei 2023.

M. Veenstra, Directeur-Bestuurder

Verklaring van de Raad van Commissarissen

De leden van de Raad van Commissarissen van de SEW verklaren de inhoud van het door bestuur ter vaststelling overlegde jaarrapport 2022 dat bestaat uit het bestuursverslag, de jaarrekening en de overige gegevens te hebben onderzocht.

Op basis hiervan heeft de Raad van Commissarissen vervolgens het jaarrapport 2022 in de vergadering van 30 mei 2023 goedgekeurd.

De heer A. de Vries, voorzitter

De heer J. Dunning, lid

Mevrouw E. Kant, lid

Versie:
dev-master

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report