Spring naar inhoud

Jaarrekening

2.1 Balans per 31 december voor resultaatbestemming

in €

ACTIVA Toel. 31-12-2021 31-12-2020
       
VASTE ACTIVA      
       
Vastgoedbeleggingen 1    
DAEB vastgoed in exploitatie 1.1 146.229.287  129.859.938 
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 1.2 5.106.510  4.863.421 
    151.335.797  134.723.359 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 1.3 21.478 
    151.357.275  134.723.359 
       
Materiële vaste activa 2    
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 2.1 446.609  478.851 
    446.609  478.851 
       
Financiële vaste activa 3    
Latente belastingvordering 3.1 67.003 
    67.003 
       
Totaal vaste activa   151.870.887  135.202.210 
       
VLOTTENDE ACTIVA      
       
Voorraden 4    
Overige voorraden 4.1 25.000  25.000 
    25.000  25.000 
       
Vorderingen 5    
Huurdebiteuren 5.1 18.005  28.605 
Belastingen en sociale premies 5.2 151.228 
Overige vorderingen 5.3 22.840  32.553 
Overlopende activa 5.4 177.049  175.571 
    369.122  236.729 
       
Liquide middelen 6 1.281.166  1.124.343 
       
Totaal vlottende activa   1.675.288  1.386.072 
       
       
TOTAAL ACTIVA   153.546.175  136.588.282 
PASSIVA Toel. 31-12-2021 31-12-2020
       
EIGEN VERMOGEN 7    
Wettelijke en statutaire reserves 7.1 5 5
Overige reserves 7.2 29.047.216 28.126.196
Herwaarderingsreserve 7.3 97.575.609 81.293.428
    126.622.830 109.419.629
       
EGALISATIEREKENING 8    
Egalisatierekening 8.1 70.368 116.525
    70.368 116.525
       
VOORZIENINGEN 9    
Voorziening onrendabele investeringen 9.1 2.067.374 2.171.665
Voorziening latente belastingverplichtingen 9.2 22.078 24.222
    2.089.452 2.195.887
       
LANGLOPENDE SCHULDEN 10    
Leningen kredietinstellingen 10.1 20.867.389 22.183.756
Overige schulden 10.2 10.569 11.002
    20.877.958 22.194.758
       
KORTLOPENDE SCHULDEN 11    
Schulden aan kredietinstellingen 11.1 2.997.394 1.885.340
Schulden aan leveranciers 11.2 171.525 14.708
Belastingen en sociale premies 11.3 7.425 25.660
Overlopende passiva 11.4 709.223 735.775
    3.885.567 2.661.483
       
       
TOTAAL PASSIVA   153.546.175 136.588.282

2.2 Winst- en verliesrekening

in €

Omschrijving Toel. 2021 2020
       
Huuropbrengsten 12 6.666.243 6.626.321
Opbrengsten servicecontracten 13.1 188.261 190.636
Lasten servicecontracten 13.2 -226.441 -215.430
Overheidsbijdragen 14 54.023 51.160
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 15 -521.404 -443.988
Lasten onderhoudsactiviteiten 16 -2.577.931 -2.176.552
Overige directe operationele lasten expl bezit 17 -1.113.313 -1.126.986
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille   2.469.438 2.905.161
       
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille   402.798 379.541
Toegerekende organisatiekosten   0 0
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille   -269.285 -230.271
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 18 133.513 149.270
       
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille   -449.760 -2.325.297
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille   16.881.723 7.696.610
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 19 16.431.963 5.371.313
       
Opbrengsten overige activiteiten   3.200 5.170
Kosten overige activiteiten   -10.614 -9.205
Netto resultaat overige activiteiten 20 -7.414 -4.035
       
Overige organisatiekosten 21 -763.970 -201.936
       
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten   27 0
Rentelasten en soortgelijke kosten   -953.513 -965.447
Saldo financiele baten en lasten 22 -953.486 -965.447
       
Resultaat voor belastingen   17.310.044 7.254.326
       
Belastingen resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening 23 -106.843 -414.710
       
Resultaat na belastingen   17.203.201 6.839.616

Winst- en verliesrekening DAEB en niet-DAEB 2021

in €

Omschrijving DAEB niet-DAEB Totaal
       
Huuropbrengsten 6.442.418 223.825 6.666.243
Opbrengsten servicecontracten 184.069 4.192 188.261
Lasten servicecontracten -221.399 -5.042 -226.441
Overheidsbijdragen 52.820 1.203 54.023
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -509.794 -11.610 -521.404
Lasten onderhoudsactiviteiten -2.565.437 -12.494 -2.577.931
Overige directe operationele lasten expl bezit -1.088.523 -24.790 -1.113.313
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 2.294.154 175.284 2.469.438
       
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 402.798 0 402.798
Toegerekende organisatiekosten 0 0 0
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -269.285 0 -269.285
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 133.513 0 133.513
       
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -449.760 0 -449.760
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 16.433.566 448.157 16.881.723
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 15.983.806 448.157 16.431.963
       
Opbrengsten overige activiteiten 3.129 71 3.200
Kosten overige activiteiten -10.378 -236 -10.614
Netto resultaat overige activiteiten -7.249 -165 -7.414
       
Overige organisatiekosten -746.959 -17.011 -763.970
       
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 27 0 27
Rentelasten en soortgelijke kosten -932.281 -21.232 -953.513
Saldo financiele baten en lasten -932.254 -21.232 -953.486
       
Resultaat voor belastingen 16.725.011 585.033 17.310.044
       
Belastingen resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening -104.464 -2.379 -106.843
       
Resultaat na belastingen 16.620.547 582.654 17.203.201

2.3 Kasstroomoverzicht

directe methode (x €)

Omschrijving 2021 2020
     
Operationele activiteiten    
Ontvangsten    
Huurontvangsten 6.652.084 6.653.391
Vergoedingen 188.000 190.636
Overige bedrijfsontvangsten 131.534 92.748
Saldo ingaande kasstromen 6.971.618 6.936.775
     
Uitgaven    
Betalingen aan werknemers 574.621 528.728
Onderhoudsuitgaven 1.978.745 1.835.533
Overige bedrijfsuitgaven 1.246.013 1.081.915
Betaalde interest 945.002 957.455
Sectorspecifieke heffing 6.167 5.254
Verhuurderheffing 811.526 816.138
Vennootschapsbelasting 341.291 239.778
Saldo uitgaande kasstromen 5.903.365 5.464.801
Kasstroom uit operationele activiteiten 1.068.253 1.471.974
     
(Des)investeringsactiviteiten    
Ontvangsten    
Verkoopontvangsten bestaande huur 402.798 379.541
Saldo ingaande kasstromen 402.798 379.541
     
Uitgaven    
Nieuwbouw huur 19.050 0
Verbeteruitgaven 521.722 153.632
Investeringen overig 33.117 41.927
Saldo uitgaande kasstromen 573.889 195.559
Kasstroom uit (des-)investeringsactiviteiten -171.091 183.982
     
Financieringsactiviteiten    
Ingaand    
Nieuw te borgen leningen 3.745.001 0
Saldo ingaande kasstromen 3.745.001 0
     
Uitgaand    
Aflossing geborgde leningen 4.100.000 2.000.000
Aflossing ongeborgde leningen 385.340 385.340
Saldo uitgaande kasstromen 4.485.340 2.385.340
Kasstroom uit financieringsactiviteiten -740.339 -2.385.340
     
Mutatie liquide middelen 156.823 -729.384
     
Liquide middelen per 1-1 1.124.343 1.853.727
Liquide middelen per 31-12 1.281.166 1.124.343

Kasstroomoverzicht DAEB en niet-DAEB 2021

in €

Omschrijving DAEB niet-DAEB Totaal
       
Operationele activiteiten      
Ontvangsten      
Huurontvangsten 6.428.259 223.825 6.652.084
Vergoedingen 183.814 4.186 188.000
Overige bedrijfsontvangsten 128.605 2.929 131.534
Saldo ingaande kasstromen 6.740.678 230.940 6.971.618
       
Uitgaven      
Betalingen aan werknemers 561.826 12.795 574.621
Onderhoudsuitgaven 1.966.251 12.494 1.978.745
Overige bedrijfsuitgaven 1.218.268 27.745 1.246.013
Betaalde interest 923.959 21.043 945.002
Sectorspecifieke heffing 6.030 137 6.167
Verhuurderheffing 811.526 0 811.526
Vennootschapsbelasting 333.691 7.600 341.291
Saldo uitgaande kasstromen 5.821.551 81.814 5.903.365
       
Kasstroom uit operationele activiteiten 919.127 149.126 1.068.253
       
(Des)investeringsactiviteiten      
Ontvangsten      
Verkoopontvangsten bestaande huur 402.798 0 402.798
Saldo ingaande kasstromen 402.798 0 402.798
       
Uitgaven      
Nieuwbouw huur 19.050 0 19.050
Verbeteruitgaven 521.722 0 521.722
Investeringen overig 33.117 0 33.117
Saldo uitgaande kasstromen 573.889 0 573.889
       
Kasstroom uit (des-)investeringsactiviteiten -171.091 0 -171.091
       
Financieringsactiviteiten      
Ingaand      
Nieuw te borgen leningen 3.745.001 0 3.745.001
Saldo ingaande kasstromen 3.745.001 0 3.745.001
       
Uitgaand      
Aflossing geborgde leningen 4.100.000 0 4.100.000
Aflossing ongeborgde leningen 385.340 0 385.340
Saldo uitgaande kasstromen 4.485.340 0 4.485.340
       
Kasstroom uit financieringsactiviteiten -740.339 0 -740.339
       
Mutatie liquide middelen 7.697 149.126 156.823

2.4 Statutaire gegevens

Naam toegelaten instelling Stichting Eelder Woningbouw
Gevestigd in Gemeente Tynaarlo
Datum van oprichting 7 augustus 1917

Datum en nummer Koninklijk Besluit

waarbij de instelling is toegelaten

5 januari 1918, nr. 19

gehandhaafd:

18 september 1958, nr 21

4 oktober 1982, nr. 16

Datum en nummer van inschrijving in het

Handelsregister bij de Kamer van Koophandel

en Fabrieken te Meppel      

18 augustus 1999, nr. 04031659
Datum laatste statutenwijziging    15 november 2018
   
Adres     Industrieweg 2, 9765 BL Paterswolde
Telefoon   050 – 309 52 15
E-mail   info@seweelde.nl
Internet  www.seweelde.nl

2.5 Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening

Deze jaarrekening heeft betrekking op de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021. Alle bedragen luiden in euro's tenzij anders vermeld.

De jaarrekening van SEW is opgesteld volgens de bepalingen van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV). In dit besluit wordt voorgeschreven Titel 9 Boek 2 BW toe te passen, behoudens enkele uitzonderingen van specifieke aard. Tevens is deze jaarrekening opgesteld volgens de door de Raad voor de Jaarverslaggeving uitgegeven Richtlijn 645 Toegelaten instellingen volkshuisvesting.

De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld, worden de activa en passiva gewaardeerd volgens het kostprijsmodel.

Oordelen en schattingen

Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur diverse schattingen. Dit is inherent aan het toepassen van de geldende verslaggevingsstandaarden. In het bijzonder is dit van toepassing op de bepaling van de markt- en beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie. De waardebepaling van het vastgoed is geen exacte wetenschap en tevens betreft dit de grootste schattingspost waar het bestuur een inschatting over moet maken voor de jaarrekening van SEW.

Stelstelwijziging

In de jaarrekening 2021 is de volgende stelstelwijziging toegepast:

  • Rangschikken van posten volgens de functionele indeling

De Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (RTIV) stelt het voor woningcorporaties verplicht om hun winst- en verliesrekening in de jaarrekening te presenteren volgens de functionele indeling. Het verplicht te hanteren model voor de winst- en verliesrekening is opgenomen in bijlage 3 van de RTIV (model behorende bij ‘de Verantwoordingsinformatie’).

Door SBR-wonen is een 'handleiding toepassen functionele indeling winst- en verliesrekening bij corporaties verslagjaar 2021' beschikbaar gesteld. De handleiding is opgesteld in samenwerking met woningcorporaties, accountantsorganisaties, Autoriteit Woningcorporaties (AW), Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en Aedes. Deze handleiding voor woningcorporaties geeft richting aan het toepassen van de functionele indeling van de winst- en verliesrekening binnen de regelgeving en de Richtlijn voor de Jaarverslaggeving 645 inzake de Toegelaten instellingen volkshuisvesting. SEW volgt de hierin opgenomen richtlijnen voor het opstellen van haar winst- en verliesrekening.

Naar aanleiding hiervan zijn in de jaarrekening van 2021 diverse reclassificaties verwerkt in de presentatie in de winst- en verliesrekening. De vergelijkende cijfers 2020 zoals opgenomen in de jaarrekening 2021 zijn overeenkomstig aangepast. 

De belangrijkste wijzigingen in het rangschikken van de posten zijn de volgende:

  Jaarrekening 2020 Effect stelselwijziging Vergelijkende cijfers 2020
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 0 -443.988 -443.988
Lasten onderhoudsactiviteiten -1.812.647 -363.905 -2.176.552
Overige directe operationele lasten expl bezit -2.140.850 1.013.864 -1.126.986
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 387.500 -7.959 379.541
Toegerekende organisatiekosten -7.959 7.959 0
Opbrengsten overige activiteiten 0 5.170 5.170
Kosten overige activiteiten 0 -9.205 -9.205
Overige organisatiekosten 0 -201.936 -201.936
Totaal   0  

De wijziging van het rangschikken van de posten heeft geen impact op het vermogen en resultaat.

Marktwaarde

De marktwaarde is het geschatte bedrag waartegen vastgoed tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marketing in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de peildatum, waarbij partijen met kennis van zaken, prudent en zonder dwang zouden hebben gehandeld.

Omdat de doelstelling van SEW is te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde in de toekomst zal worden gerealiseerd. Derhalve wordt de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie toegelicht. Deze beleidswaarde sluit aan op het beleid van SEW en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed uitgaande van dit beleid.

Bij het bepalen van de beleidswaarde is het waarderingshandboek gehanteerd. De berekening van de beleidswaarde kent als startpunt de marktwaarde. De beleidswaarde wordt bepaald door op vier aspecten aanpassingen door te voeren in de uitgangspunten van de berekening van de marktwaarde. Deze aspecten zijn:

  • beschikbaarheid: voor de gehele portefeuille wordt het doorexploiteerscenario gehanteerd.
  • betaalbaarheid: de markthuur wordt vervangen door de beleidshuur.
  • kwaliteit: de marktnorm voor onderhoud wordt vervangen door de onderhoudsnorm van SEW.
  • beheer: de marktnorm voor beheer wordt vervangen door de beheernorm van SEW.

Onrendabele investeringen

Feitelijke verplichtingen inzake investeringen nieuwbouw en herstructurering ten behoeve van het bepalen en treffen van een voorziening onrendabele investeringen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door de toegelaten instelling en met haar verbonden partijen zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw- en herstructureringsprojecten.

De financiële impact van voornoemde feitelijke verplichtingen kan afwijken bij daadwerkelijke realisatie. De realisatie kan onder meer wijzigen als gevolg van wettelijke procedures, aanpassingen in voorgenomen bouwproductie en in prijsniveau van leveranciers en daadwerkelijke koopprijzen.

Financiële instrumenten

Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten (zoals vorderingen en schulden), als afgeleide financiële instrumenten (derivaten) verstaan.

Voor elke categorie financiële vaste activa en financiële verplichtingen, zowel in de balans opgenomen als niet in de balans opgenomen, dient de woningcorporatie informatie te geven over de reële waarde, tenzij het verschil tussen boekwaarde en reële waarde van geringe betekenis is.

Primaire financiële instrumenten

Voor de grondslagen van primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost van de ‘Grondslagen voor de waardering van activa en passiva’.

Hedge accounting

SEW past geen hedge accounting toe, omdat er geen derivaten zijn die hierop betrekking hebben.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva

Vastgoedbeleggingen

DAEB vastgoed en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

DAEB vastgoed omvat woningen in exploitatie met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens, het maatschappelijk vastgoed en het overige sociale vastgoed. De huurtoeslaggrens is een algemeen huurprijsniveau dat jaarlijks per 1 juli door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt vastgesteld. Ultimo 2021 bedraagt deze grens € 752,33 (2020: € 737,14). Het niet-DAEB vastgoed omvat woningen in exploitatie met een huurprijs boven de huurtoeslaggrens en commercieel vastgoed.

Grondslag waardering tegen actuele waarde gebaseerd op marktwaarde

Het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie wordt bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten.

Onroerende zaken in exploitatie worden op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet na de eerste verwerking gewaardeerd tegen actuele waarde. Op grond van artikel 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering plaats tegen de marktwaarde, die overeenkomstig artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 plaatsvindt conform de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 ('Handboek modelmatig waarderen marktwaarde'). Bij het toepassen van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ wordt de basisversie gehanteerd. Voor een verdere toelichting op de toepassing van het waarderingshandboek wordt verwezen naar de toelichting op de balans.

Winsten of verliezen, ontstaan door een wijziging in de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie, worden verantwoord in de winst- en verliesrekening over de periode waarin de wijziging zich voordoet.

Daarnaast wordt ten laste van de resultaatbestemming, hetzij ten laste van de overige reserves, een herwaarderingsreserve gevormd. De herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het verschil tussen de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs en de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie waar de reserve betrekking op heeft.

SEW hanteert de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde voor woongelegenheden en parkeergelegenheden.  Voor de basisversie is de waardering van het vastgoed aannemelijk op portefeuilleniveau. De daaraan gerelateerde herwaarderingsreserve wordt modelmatig op complexniveau bepaald, waardoor een onnauwkeurigheid kan bestaan in de allocatie binnen het eigen vermogen tussen de herwaarderingsreserve en de overige reserves. Bij deze waardering van het vastgoed is geen taxateur betrokken. Als gevolg hiervan bestaat het risico dat de modelmatig bepaalde actuele waarde van het vastgoed in een bepaalde bandbreedte (+/- 10%) kan afwijken van de actuele waarde die met betrokkenheid van een taxateur (i.e. full versie van het Handboek waarbij vrijheidsgraden van toepassing zijn) tot stand zou zijn gekomen.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Dit betreffen complexen in aanbouw die zijn bestemd om te worden ingezet als vastgoed in exploitatie.

Waardering vindt plaats tegen bestede kosten en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering of lagere marktwaarde. In het geval per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen waarbij de geschatte kostprijs van het project in ontwikkeling hoger is dan de geschatte marktwaarde wordt het verschil (onrendabele deel) eerst in mindering gebracht op de reeds bestede kosten en wordt voor het resterend bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen.

Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door de toegelaten instelling zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw-, woningverbeterings- of herstructureringsprojecten.

Herclassificatie van vastgoed in ontwikkeling naar vastgoed in exploitatie vindt plaats bij aanvang van de exploitatie activiteiten. 

Materiële vaste activa

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeveranderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Op terreinen wordt niet afgeschreven.

Financiële vaste activa

Latente belastingvordering

Voor in de toekomst te vorderen belastingbedragen uit hoofde van tijdelijke verschillen tussen commerciële en fiscale balanswaarderingen wordt een latente belastingvordering opgenomen ter grootte van de som van de verschillen vermenigvuldigd met het geldende belastingtarief. Dit gebeurt uitsluitend voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst fiscale winsten beschikbaar zullen zijn voor verrekening.

Voorraden

Overige voorraden

De overige voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere netto-opbrengstwaarde. Deze lagere netto-opbrengstwaarde wordt bepaald door individuele beoordeling van de voorraden. De waardering van de overige voorraden komt tot stand op basis van gewogen gemiddelde prijzen

Vorderingen

De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.  Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.

Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder de kortlopende schulden.

De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Indien middelen niet ter vrije beschikking staan, dan wordt hiermee bij de waardering rekening gehouden.

Egalisatierekening

De rechten op egalisatiesubsidies vallende binnen het regime van het Besluit woning gebonden subsidies (BWS) worden verantwoord in het jaar van ontstaan. De bijdragen worden jaarlijks ten gunste van het resultaat gebracht overeenkomstig de jaarlijkse voor gecalculeerde tekorten van de desbetreffende exploitaties.

Voorzieningen

Voorziening onrendabele investeringen

Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investering gaat behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het betreffende complex overtreffen, wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd.

Voorziening latente belastingverplichtingen

Voor in de toekomst te betalen belastingbedragen uit hoofde van verschillen tussen commerciële en fiscale balanswaarderingen wordt een voorziening getroffen ter grootte van de som van deze verschillen vermenigvuldigd met het geldende belastingtarief.

Bij het vastgoed dat bestemd is voor doorexploitatie kan het verschil feitelijk nooit worden gerealiseerd en is dus sprake van een permanent verschil, om die reden is deze latente belastingvordering op nihil gewaardeerd.

Langlopende schulden

Opgenomen leningen en schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.

De aflossingsverplichting voor het komende jaar is opgenomen onder de kortlopende schulden.

Kortlopende schulden

De kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde (indien deze lager is dan de verkrijgings-/vervaardigingsprijs) en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.

De onder de kortlopende schulden opgenomen posten, inclusief de overlopende passiva, hebben een looptijd korter dan een jaar.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen kosten en opbrengsten van DAEB activiteiten aan de ene kant en niet-DAEB activiteiten aan de andere kant. Kosten en opbrengsten die direct samenhangen met DAEB activiteiten dan wel niet-DAEB activiteiten worden volledig aan de DAEB tak respectievelijk niet-DAEB tak toegerekend. Indirecte kosten en opbrengsten worden naar rato toegerekend aan de DAEB tak en niet-DAEB tak in de verhouding tussen het aantal DAEB woongelegenheden en niet-DAEB woongelegenheden.

Huuropbrengsten

Hier worden de huuropbrengsten opgenomen die uit de exploitatie van het vastgoed worden gegenereerd. Dit zijn zowel de huuropbrengsten uit de exploitatie van het DAEB vastgoed als het niet-DAEB vastgoed.

De opbrengsten uit hoofde van huur worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van opeisbaarheid daar bij tussentijdse beëindiging van het huurcontract geen terugbetalingsverplichting geldt.

Opbrengsten en lasten servicecontracten

Opbrengsten servicecontracten betreffen overeengekomen bijdragen van huurders en worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van levering van de goederen en verlening van de diensten.
De bijdragen zijn voor de dekking van de te maken en gemaakte servicekosten. Gemaakte servicekosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten in het verslagjaar waarop de servicekosten betrekking hebben.

Overheidsbijdragen

Overheidsbijdragen betreffen de vrijval uit de egalisatierekening rijksbijdragen en overige overheidsbijdragen. De overheidsbijdragen hebben betrekking op specifieke regelingen en worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van opeisbaarheid.

Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Hier worden de directe en indirecte kosten verantwoord die te relateren zijn aan de verhuur- en beheeractiviteiten.

Niet direct toerekenbare kosten en opbrengsten worden met behulp van een kostenverdeelstaat toegerekend aan de activiteiten. Zie de grondslag ‘Toerekening van kosten en opbrengsten aan activiteiten’ voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.

Lasten onderhoudsactiviteiten

Onder onderhoudslasten worden alle direct en indirecte aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.

Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen.

Onder deze post worden de kosten ten behoeve van klachtenonderhoud, mutatieonderhoud, contractonderhoud en planmatig onderhoud verantwoord welke direct zijn gerelateerd aan het vastgoed in exploitatie. Voorts zijn de niet direct toerekenbare kosten en opbrengsten toegerekend welke gebaseerd zijn op een kostenverdeelstaat. Zie de grondslag ‘Toerekening van kosten en opbrengsten aan activiteiten’ voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.

De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een verbetering in overeenstemming met de definities inzake onderhoud en beheer zoals opgenomen in bijlage 2 bij artikel 14a lid 1 RTIV.

Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Aan deze posten worden de directe lasten met betrekking tot de exploitatie van het bezit toegerekend die geen betrekking hebben op de verhuur- en beheeractiviteiten of onderhoudsactiviteiten. Gedacht kan worden aan:

  • gemeentelijke heffingen
  • verzekeringskosten
  • verhuurderheffing

Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

De post netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de boekwaarde van het bestaand bezit en de toegerekende organisatiekosten. Opbrengsten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte).

Niet direct toerekenbare kosten en opbrengsten worden met behulp van een kostenverdeelstaat toegerekend aan de activiteiten. Zie de grondslag ‘Toerekening van kosten en opbrengsten aan activiteiten’ voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.

Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De overige waardeveranderingen worden gevormd door:

  • de waardevermindering die is ontstaan door aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw en herstructurering indien en voor zover de verwachte marktwaarde lager is dan de kostprijs;
  • de terugname van eerder genomen waardeverminderingen door gewijzigde inschattingen van stichtingskosten/ marktwaarde.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille betreffen winsten of mogelijke verliezen, die ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille in het verslagjaar.

Netto resultaat overige activiteiten

Onder de opbrengsten overige activiteiten worden onder andere de administratiekosten van nieuwe huurders, de opbrengsten van overige dienstverlening en incidentele opbrengsten verantwoord.

Niet direct toerekenbare kosten en opbrengsten worden met behulp van een kostenverdeelstaat toegerekend aan de kosten overige activiteiten. Zie de grondslag ‘Toerekening van kosten en opbrengsten aan activiteiten’ voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.

Overige organisatiekosten

Dit betreffen kosten en opbrengsten die niet aan reguliere bedrijfsactiviteiten toegerekend kunnen worden en externe opgelegde heffingen door de Autoriteit Woningcorporaties (Aw) en saneringsheffingen van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). 

SEW heeft in 2021 Vestia gesteund door een lening met een relatief lage contractuele rente te ruilen voor een lening met een relatief hoge contractuele rente. Deze lening is tegen reële waarde (marktwaarde) in de balans te opgenomen. Het verschil met de nominale af te lossen waarde is agio. Dit agio vormt een eenmalige jaarlast in de winst- en verliesrekening over 2021 en heeft daarin het karakter van een volkshuisvestelijke sectorbijdrage.  Deze volkshuisvestelijke bijdrage staat ook verantwoord onder de overige organisatiekosten.

Niet direct toerekenbare kosten en opbrengsten worden met behulp van een kostenverdeelstaat toegerekend. Zie de grondslag ‘Toerekening van kosten en opbrengsten aan activiteiten’ voor de gehanteerde methoden en veronderstellingen voor bepaling van de verdeelstaat.

Leefbaarheid

Leefbaarheid omvat gemaakte kosten voor fysieke ingrepen die de leefbaarheid in buurten en wijken bevorderen. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.

Financiële baten en lasten

Rentebaten en -lasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van die betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.

Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening, rekening houdend met fiscaal vrijgestelde posten en geheel of gedeeltelijk niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

Vanaf 1 januari 2008 is SEW integraal belastingplichtig geworden voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn sindsdien verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Een en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO). In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van resultaatneming. In de jaarrekening is de vennootschapsbelasting dienovereenkomstig verwerkt.

Lonen, salarissen en sociale lasten

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover zij verschuldigd zijn aan werknemers. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden door de werknemers.

Pensioenlasten

De pensioenregeling betreft een toegezegd-pensioenregeling bij het bedrijfstakpensioenfonds. Deze toegezegd-pensioenregeling is verwerkt als zou sprake zijn van een toegezegde-bijdrageregeling. Behalve de betaling van pensioenpremies bestaat geen verdere verplichting uit hoofde van deze pensioenregeling. SEW heeft in geval van een tekort bij het bedrijfstakpensioenfonds geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan toekomstige premies. De premies worden verantwoord als personeelskosten als deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien deze tot een terugstorting leiden of tot een vermindering van toekomstige betalingen.

De gehanteerde pensioenregeling van SEW is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn: 

  • Er is sprake van een middelloonregeling.
  • Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen.
  • De pensioen(richt)leeftijd is 68 jaar.
  • De regeling kent zowel een partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd door middel van een opbouwregeling (uitkeringsovereenkomst). Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast. Deze is momenteel vastgesteld op 27% van de pensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor. 
  • Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de consumentenprijsindex voor alle huishoudens. Voor actieve deelnemers geldt dat het bestuur streeft naar verhoging met de loonontwikkeling van de branche Woningcorporaties. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.

De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn: 

  1. Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling. 
  2. De toegelaten instelling is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting.
  3. Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.

De (maand)dekkingsgraad van SPW bedraagt ultimo 2021 126,0% (ultimo 2020: 109,4%). De beleidsdekkingsgraad bedraagt ultimo 2021 118,8% (ultimo 2020: 103,1%). Met deze beleidsdekkingsgraad voldoet het pensioenfonds aan de minimaal vereiste 104,2% die is voorgeschreven door De Nederlandse Bank (DNB). Er is daarom geen sprake van een dekkingstekort. De dekkingsgraad is wel lager dan de vereiste dekkingsgraad van 126,6%. 

SPW zal daarom in het eerste kwartaal van 2022 een herstelplan indienen bij DNB waarin wordt aangetoond hoe het pensioenfonds verwacht dat binnen tien jaar tijd de dekkingsgraad herstelt tot het niveau van de vereiste dekkingsgraad.

Het bestuur heeft verder een financieel crisisplan opgesteld waarin is beschreven welke aanvullende maatregelen kunnen worden genomen om tijdig herstel mogelijk te maken. Het bestuur zal, indien blijkt dat het fonds niet tijdig kan herstellen, conform dit financieel crisisplan, aanvullende maatregelen moeten nemen. 

Tevens heeft het bestuur van het pensioenfonds in 2021 besloten de opgebouwde aanspraken van (gewezen) deelnemers en de ingegane pensioenen per 1 januari 2022 te verhogen met een gedeeltelijke toeslag. Er was ruimte voor een gedeeltelijke toeslag omdat de beleidsdekkingsgraad per eind oktober 2021 hoger was dan 110%. Voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden was de ambitie van het fonds 1,30% (stijging van de prijzen in de periode van juli 2020 tot en met juli 2021) en is een toeslag verleend van 0,61%. Voor actieve deelnemers was de ambitie van het fonds 2,25% (cao-verhogingen in de sector in de periode van 31 juli 2020 tot en met 31 juli 2021) en is een toeslag verleend van 1,05%.

Toerekening van kosten en opbrengsten aan activiteiten

Om tot de functionele indeling van de winst-en-verliesrekening te komen wordt gebruik gemaakt van een kostenverdeelstaat. Hierbij worden de personeelslasten verdeeld op basis van de werkelijke activiteiten van de werknemers. 

Activiteit Percentage
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 44,7%
Lasten onderhoudsactiviteiten 40,2%
Overige activiteiten    1,1%
Overige organisatiekosten 14,0%

De afschrijvingskosten en overige organisatiekosten worden verdeeld door een verdeelsleutel te hanteren op basis van onderstaande tabel: 

Activiteit Percentage
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 49,6%
Lasten onderhoudsactiviteiten 44,8%
Overige activiteiten   0,8%
Overige organisatiekosten   4,8%

Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, investerings- en financieringsactiviteiten.

De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen.

Winstbelastingen, ontvangen interest en betaalde interest worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen inkomsten en uitgaven van DAEB-activiteiten aan de ene kant en niet-DAEB-activiteiten aan de andere kant. Inkomsten en uitgaven die direct samenhangen met DAEB-activiteiten dan wel niet-DAEB-activiteiten worden volledig aan de DAEB-tak respectievelijk niet-DAEB-tak toegerekend. Indirecte inkomsten en uitgaven worden naar rato toegerekend aan de DAEB-tak en niet-DAEB-tak in de verhouding tussen het aantal DAEB-woongelegenheden en niet-DAEB-woongelegenheden.

2.6 Toelichting op de balans

ACTIVA

1. Vastgoedbeleggingen

1.1 en 1.2 DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Totaal
Saldo per 1 januari      
- cumulatieve aanschaffingswaarde 51.243.778 2.186.154 53.429.932
- cumulatieve herwaarderingen 78.616.160 2.677.267 81.293.427
Boekwaarde 1 januari 129.859.938 4.863.421 134.723.359
       
Mutaties in het boekjaar:      
- investeringen 414.017 0 414.017
- desinvesteringen -269.285 0 -269.285
- overboekingen DAEB en niet-DAEB 205.068 -205.068 0
- overige waardeveranderingen -414.017 0 -414.017
- aanpassing marktwaarde 16.433.566 448.157 16.881.723
Totaal mutaties in het boekjaar 16.369.349 243.089 16.612.438
       
Saldo per 31 december:      
- cumulatieve aanschaffingswaarde 51.669.801 2.090.387 53.760.188
- cumulatieve herwaarderingen 94.559.486 3.016.123 97.575.609
Boekwaarde 31 december 146.229.287 5.106.510 151.335.797

Werkzaamheden die dienen om aan de onroerende zaak of een zelfstandig gebouwdeel een wezenlijke verandering aan te brengen, waardoor de onroerende zaak naar inrichting, aard of omvang een wijziging heeft ondergaan, worden als investering aangemerkt. Deze uitgaven worden geactiveerd. De overige onderhoudslasten worden direct ten laste van het resultaat gebracht.

De post DAEB vastgoed in exploitatie omvat 966 (2020: 967) woongelegenheden en 157 (2020: 157) parkeergelegenheden en de post niet-DAEB vastgoed omvat 22 (2020: 23) woongelegenheden.

De WOZ waarde op basis van de WOZ-beschikkingen 2022 (peildatum 01-01-2021) van het DAEB vastgoed bedraagt € 185,0 miljoen (beschikkingen 2021: € 162,9 miljoen) en van het niet-DAEB vastgoed € 5,7 miljoen (beschikkingen 2021: € 5,5 miljoen).

De verhuureenheden zijn verzekerd bij de Raetsheren van Orden. De premie bedraagt € 17,14 per verhuureenheid per jaar.

Herwaarderingen

Per 31 december 2021 is de som van de in de vaste activa in exploitatie opgenomen herwaarderingen € 97,6 miljoen (2020: € 81,3 miljoen). Deze heeft voor € 94,6 miljoen betrekking op DAEB vastgoed en voor € 3,0 miljoen op het niet-DAEB vastgoed.

Marktwaarde

Zowel het DAEB- als het niet-DAEB vastgoed in exploitatie is gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat die is bepaald op basis van het “Handboek modelmatig waarderen marktwaarde” die als bijlage is opgenomen bij de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (RTIV). Hierbij wordt op basis van de toekomstige kasstromen middels de Discounted Cash Flow (DCF) methode bepaald.

Bij het bepalen van de marktwaarde is de basisversie van het waarderingshandboek gehanteerd. De variabelen in de berekening zijn conform het waarderingshandboek gehanteerd. Aangezien de basisversie van het waarderingshandboek is gehanteerd, is de marktwaarde niet gebaseerd op een waardering door een onafhankelijk en ter zake deskundig taxateur.

De volgende gemiddelde disconteringsvoeten zijn gebruikt voor de verschillende categorieën onroerende zaken:

Woongelegenheden DAEB 6,82
Woongelegenheden niet-DAEB 6,76
Parkeergelegenheden 7,42

Complexindeling

Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat verkocht kan worden. Er bestaat geen minimum of maximum voor het aantal verhuureenheden in een waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit zowel DAEB- als niet-DAEB vastgoed. De waarderingscomplexen ten behoeve van de berekening van de marktwaarde zijn door middel van de volgende indeling bepaald:

Postcode Type Bouwjaar
9761 Eengezinswoning 1920-2013
9765 Eengezinswoning 1938-1962
9761 Meergezinswoning 1984-2006
9765 Meergezinswoning 2010-2016
9761 Parkeerplaats 2009-2012
9761 Parkeerplaats 2016
9761 Garagebox 2001
9765 Garagebox -

Parameters

Bij het bepalen van de toekomstige kasstromen voor de DCF-berekening wordt gebruik gemaakt van de volgende parameters:

Parameters woongelegenheden 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 t/m 2036 2036 en verder
Prijsinflatie 1,30% 1,90% 1,80% 1,90% 1,90% 1,90% 2,00% 2,00% 2,00%
Loonstijging   2,00% 2,20% 2,10% 2,30% 2,30% 2,40% 2,50% 2,50%
Bouwkostenstijging   4,20% 3,20% 2,10% 2,30% 2,30% 2,40% 2,50% 2,50%
Leegwaardestijging 8,50% 15,30% 8,70% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Verhuurderheffing (% WOZ)   0,526% 0,332% 0,306% 0,307% 0,307% 0,307% 0,307% 0,306%
Instandhoudingsonderhoud per VHE - doorexploiteren 1.104-1.918
Instandhoudingsonderhoud per VHE - uitponden 661-1.182
Beheerkosten per VHE - EGW 467
Beheerkosten per VHE - MGW 459
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% WOZ) 0,18%
Huurderving (% huursom) 1,00%
Verkoopkosten (% leegwaarde) 1,20%
Overdrachtskosten (% marktwaarde) 9,00%

Verloop marktwaarde 2020-2021

bedragen x € 1.000

  DAEB Niet-DAEB Totaal
Marktwaarde 31-12-2020 129.860 4.863 134.723
       
Voorraadmutaties      
Verkoop -269 0 -269
Classificatiewijzigingen 205 -205 0
Subtotaal voorraadmutaties -64 -205 -269
       
Mutatie vastgoedgegevens      
Contracthuur en leegstand -360 3 -357
Maximale huur 6 0 6
WOZ-waarde 5.013 154 5.167
Mutatiekans -1.137 18 -1.119
Complexdefinitie en verkooprestricties -398 0 -398
Subtotaal mutatie vastgoedgegevens 3.124 175 3.299
       
Methodische wijzigingen      
Niet verlagen mutatiegraad uitponden 5.613 81 5.694
Overdrachtskosten -7.709 -270 -7.979
Overig 5 0 5
Subtotaal methodische wijzigingen -2.091 -189 -2.280
       
Parameterwijzigingen als gevolg van validatie handboek      
Markthuur 73 5 78
Disconteringsvoet 3.260 100 3.360
Subtotaal parameterwijzigingen als gevolg van validatie handboek 3.333 105 3.438
       
Parameterwijzigingen als gevolg van marktontwikkelingen      
Macro-economische parameters 575 15 590
Liberalisatiegrens -106 0 -106
Reguliere huurstijging -178 0 -178
Markthuur 304 18 322
Leegwaardestijging 8.455 305 8.760
Splitsings- en verkoopkosten 89 3 92
Onderhoud -2.678 -79 -2.757
Beheerkosten -75 -2 -77
Belastingen en verzekeringen 160 5 165
Verhuurderheffing 2.938 0 2.938
Disconteringsvoet 2.583 93 2.676
Subtotaal parameterwijzigingen als gevolg van marktontwikkelingen 12.067 358 12.425
       
Marktwaarde 31-12-2021 146.229 5.107 151.336

Beleidswaarde

De beleidswaarde van het DAEB vastgoed in exploitatie bedraagt per 31 december 2021 € 60.960.000 (31 december 2020: € 59.683.000). De beleidswaarde van het niet-DAEB vastgoed in exploitatie bedraagt per 31 december 2021 € 3.404.000 (31 december 2020: € 2.997.000).

De aansluiting tussen de marktwaarde en de beleidswaarde kan als volgt worden weergegeven:

bedragen x € 1.000

  DAEB Niet-DAEB Totaal
Marktwaarde 31-12-2021 146.229 5.107 151.336
       
Afslag wegens beschikbaarheid  -19.664   -1.071  -20.735
Afslag wegens betaalbaarheid  -40.296   -532  -40.828
Afslag wegens kwaliteit  -23.951   -134  -24.085
Afslag wegens beheer  -1.358   34  -1.324
       
Beleidswaarde per 31-12-2021 60.960 3.404 64.364

1.3 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Saldo per 1 januari:  
- cumulatieve aanschaffingswaarde 0
Boekwaarde 1 januari 0
   
Mutaties in het boekjaar:  
- investeringen 21.478
- overboekingen 0
Totaal mutaties in het boekjaar 21.478
   
Saldo per 31 december:  
- cumulatieve aanschaffingswaarde 21.478
Boekwaarde 31 december 21.478

De investeringen in 2021 hebben betrekking op voorbereidingskosten voor mogelijke nieuwbouw op locatie De Kooi.

2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Saldo per 1 januari:  
- cumulatieve aanschaffingswaarde 939.909
- cumulatieve afschrijvingen -461.058
Boekwaarde 1 januari 478.851
   
Mutaties in het boekjaar:  
- investeringen 34.097
- desinvesteringen 0
- afschrijvingen -66.339
- afschrijvingen desinvesteringen 0
Totaal mutaties in het boekjaar -32.242
   
Saldo per 31 december:  
- cumulatieve aanschaffingswaarde 974.006
- cumulatieve afschrijvingen -527.397
Boekwaarde 31 december 446.609

De investeringen in 2021 zijn gedaan in:

- reparatieverzoeken €      999
- O-prognose €   9.567
- automatisering €   2.609
- Digital Twins/NEN2580 € 20.922
Totaal € 34.097

Het kantoor en de werkplaats (inclusief inventaris) zijn totaal verzekerd voor een bedrag van € 1.217.800.

Afschrijvingsmethoden en -termijnen

Op de roerende zaken ten dienste van de exploitatie wordt lineair afgeschreven op basis van onderstaande afschrijvingstermijnen:

Bedrijfspand 50 jaar
Werkplaats 15 jaar
Inrichting kantoor 15 jaar
Inventaris administratie 5-10 jaar
Kantoormachines 5-10 jaar
Machines en gereedschappen technische dienst 5-10 jaar
Transportmiddelen 5 jaar
Automatiseringsapparatuur 3 - 5 jaar

3.1 Latente belastingvordering

  2021 2020
Saldo per 1 januari 0 0
Bij: dotatie 67.003 0
Af: vrijval 0 0
Saldo per 31 december 67.003 0

De volkshuisvestelijke bijdrage ten gevolge van de Vestiaruil is commercieel als last genomen in 2021. Fiscaal mag 50% in aftrek worden gebracht in 2021 en de resterende 50% in 2022. Hierdoor is er sprake van een tijdelijk waarderingsverschil op de balans. Hiervoor is een actieve belastinglatentie gevormd.

4.1 Overige voorraden

  31-12-21 31-12-20
Materialen 25.000 25.000
Totaal overige voorraden 25.000 25.000

5.1 Huurdebiteuren

  31-12-21 31-12-20
Huurdebiteuren 18.005 28.605
Af: voorziening wegens oninbaarheid 0 0
Totaal huurdebiteuren 18.005 28.605

De huurachterstand ultimo boekjaar bedraagt 0,27% van de nettojaarhuur (2020: 0,43%).

5.2 Belastingen en premies sociale verzekeringen

  31-12-21 31-12-20
Omzetbelasting 0 0
Vennootschapsbelasting 151.228 0
Totaal belastingen en sociale premies 151.228 0

5.3 Overige vorderingen

  31-12-21 31-12-20
Diverse debiteuren 22.840 32.553
Totaal overige vorderingen 22.840 32.553

5.4 Overlopende activa

  31-12-21 31-12-20
VVE Stoffer Holtjerweg 44.473 110.553
Diversen 132.576 65.018
Totaal overlopende activa 177.049 175.571

6. Liquide middelen

  31/12/21 31/12/20
Kas 800 858
Banken/rekening-courant 1.280.366 1.123.485
Banken/spaartegoeden 0 0
Totaal liquide middelen 1.281.166 1.124.343

De middelen staan ter vrije beschikking. SEW heeft niet de beschikking over een kredietfaciliteit.

7.1 Wettelijke en statutaire reserves

  2021 2020
Saldo per 1 januari 5 5
Mutaties in het boekjaar:    
- toevoegingen 0 0
- vrijval 0 0
Saldo per 31 december 5 5

7.2 Overige reserves

  2021 2020
Saldo per 1 januari 28.126.196 28.642.446
Mutaties in het boekjaar:    
- resultaat boekjaar 17.203.201 6.839.616
- gerealiseerde herwaardering uit hoofde van verkoop 185.524 145.530
- waardemutatie herwaarderingsreserve -16.467.705 -7.501.396
Saldo per 31 december 29.047.216 28.126.196

7.3 Herwaarderingsreserve

  2021 2020
Saldo per 1 januari 81.293.428 73.937.562
Mutaties in het boekjaar:    
- realisatie uit hoofde van verkoop -185.524 -145.530
- waardemutatie 16.467.705 7.501.396
Saldo per 31 december 97.575.609 81.293.428

De herwaarderingsreserve wordt bepaald op complexniveau op basis van het verschil in de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde ten opzichte van de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van historische kosten.

Er hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan die van invloed kunnen zijn op het resultaat.

8.1 Egalisatierekening

  2021 2020
Saldo per 1 januari 116.525 157.081
Bij: rentevergoeding (6,75%) 10.571 10.604
Af: vrijval ten gunste van de exploitatie ‑56.728 ‑51.160
Saldo per 31 december 70.368 116.525

9.1 Voorziening onrendabele investeringen

  2021 2020
Saldo per 1 januari 2.171.665 0
Bij: dotatie 35.743 2.171.665
Af: onttrekkingen -140.034 0
Saldo per 31 december 2.067.374 2.171.665

De voorziening onrendabele investeringen heeft betrekking op het grootschalige renovatieproject Patrijsweg, Leeuwerikweg en Fazantweg.

9.2 Voorziening latente belastingverplichtingen

  2021 2020
Saldo per 1 januari 24.222 26.366
Af: vrijval -2.144 -2.144
Saldo per 31 december 22.078 24.222

Er is in 2008 een latente belastingschuld ontstaan, doordat de marktwaarde van de leningportefeuille hoger is dan de boekwaarde van de leningen.

Deze voorziening kent een langlopend karakter (tot 2036).

10.1 Leningen kredietinstellingen

  2021 2020
Schuldrest per 1 januari 24.069.096 26.454.436
Kortlopend ‑1.885.340 ‑385.340
Saldo per 1 januari 22.183.756 26.069.096
Mutaties in het boekjaar:    
Bij:    
- nieuwe leningen 3.745.001 0
- agio 536.026 0
- overboeking van kortlopende schuld 1.885.340 385.340
- opname variabele hoofdsom 2.000.000 0
Af:    
- aflossingen in lopend boekjaar ‑3.885.340 ‑385.340
- terugplaatsing variabele hoofdsom ‑2.600.000 ‑2.000.000
Schuldrest per 31 december 23.864.783 24.069.096
Aflossing volgend verslagjaar ‑2.997.394 ‑1.885.340
Saldo per 31 december 20.867.389 22.183.756
Leningenoverzicht looptijd korter dan 5 jaar        
  Aflossingsdatum Restant looptijd Rentepercentage Restschuld per 31/12/2021
Vestia 608 1 juli 2022 6 maand 0,17%  2.600.000 
NWB 1-30214 1 september 2023 1 jaar en 8 maand - 0,13%  1.900.000 
NWB roll-overlening 2-30957 1 juli 2024 2 jaar en 6 maand 1-maands Euribor + spread 14 bp  800.000 
         5.300.000 
         
Leningenoverzicht looptijd langer dan 5 jaar        
  Aflossingsdatum Restant looptijd Rentepercentage Restschuld per 31/12/2021
NWB 1-22982 2 februari 2029 7 jaar en 1 maand 5,36%  12.000.000 
Gemeente Tynaarlo, BNG 102.047 1 augustus 2036 14 jaar en 7 maand 5,11%  5.683.756 
NWB 1-0031192, inzake Vestiaruil 21 december 2061 49 jaar en 11 maand 4,86%  881.027 
         18.564.783 
         
Totaal        23.864.783 

Van de leningen met een looptijd langer dan vijf jaar komt € 1.926.700 binnen 5 jaar tot aflossing.

De duration van de leningportefeuille bedraagt 5,42 jaar. Het gemiddelde rentepercentage op de leningportefeuille exclusief roll-overlening bedraagt 4,05% (2020: 4,21%). De marktwaarde van de leningen bedraagt ultimo 2021 € 32,9 miljoen (2020: € 34,3 miljoen).

Voor de leningen heeft borgstelling door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) plaatsgevonden voor een bedrag van € 8,2 miljoen.

De variabel rentende lening (roll-over lening) van € 3,4 miljoen kent een terugplaatsingsmogelijkheid. De minimaal aan te houden hoofdsom is € 0,7 miljoen. Periodiek bestaat de mogelijkheid om de resterende € 2,7 miljoen op te nemen dan wel terug te storten. In 2021 is € 2,6 miljoen teruggestort.

10.2 Overige schulden

  2021 2020
Saldo per 1 januari 11.002 11.493
Gerestitueerde waarborgsommen -433 -491
Saldo per 31 december 10.569 11.002

Met ingang van 1 januari 2000 worden geen waarborgsommen meer geïncasseerd. De waarborgsommen zullen bij het verlaten van de woning worden gerestitueerd.

11.1 Schulden aan kredietinstellingen

  31-12-21 31-12-20
Gemeente Tynaarlo, BNG 102.047 385.340 385.340
NWB roll-overlening 2-29798 0 1.500.000
Vestia 608 2.600.000 0
NWB 1-0031192, inzake Vestiaruil 12.054 0
Totaal schulden aan kredietinstellingen 2.997.394 1.885.340

11.2 Schulden aan leveranciers

  31-12-21 31-12-20
Crediteuren 171.525 14.708
Totaal schulden aan leveranciers 171.525 14.708

11.3 Belastingen en premies sociale verzekeringen

  31-12-21 31-12-20
Omzetbelasting 349 2.803
Loonheffing 0 0
Pensioenpremies 7.076 8.769
Vennootschapsbelasting 0 14.088
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 7.425 25.660

11.4 Overlopende passiva

Niet vervallen rente leningen 637.856 641.136
Vooruitontvangen huren 57.018 60.159
Nog te ontvangen inkoopfacturen 0 0
Overige nog te betalen bedragen 14.349 34.480
Totaal overlopende passiva 709.223 735.775

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Er is een contract afgesloten met Veenman voor een kopieerapparaat. De waarde van het contract is na 2021: € 21.364.  Een deel van deze verplichting vervalt in 2022.

Veenman Contract per 19-09-2018 (zes jaar)
2022  7.864 
2023  7.864 
2024  5.636 
   21.364 

In 2020 is een opdracht voor groot onderhoud aan 24 woningen verstrekt aan Boekema B.V. Dit werk wordt in 2022 uitgevoerd. Het bedrag excl. BTW bedraagt:

2022  2.027.833 
   2.027.833 

In 2020 is een opdracht voor het vervangen en verduurzamen van daken aan 183 woningen verstrekt aan Paas B.V. In 2021 zijn 83 daken vervangen en verduurzaamd. De overige daken worden in 2022 aangepakt. Het bedrag excl. BTW voor het komende jaar bedraagt:

2022  1.069.149 
   1.069.149 

WSW-obligolening

De obligolening is een nieuw onderdeel van het borgstelsel van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en is een lening met een variabele hoofdsom. Op het gecommitteerd obligo doet het WSW alleen een beroep wanneer dat noodzakelijk is om middelen in liquide vorm beschikbaar te hebben voortvloeiend uit het risicovermogen in relatie tot geborgde verplichtingen. Normaliter zou daarvoor het jaarlijks obligo toereikend moeten zijn, maar om met hoge mate van zekerheid te kunnen garanderen dat er voldoende middelen beschikbaar zijn, is gekozen voor deze lening met een variabele hoofdsom, afgesloten bij een bank met een triple A rating. De methodiek van de obligolening voorkomt dat WSW grote liquide buffers moet aanhouden om aan kapitaalvereisten te kunnen voldoen.

De obligolening is een lening met een variabele hoofdsom van € 141.000 waarop in beginsel niet getrokken wordt. Zolang er niet getrokken wordt op de obligolening, betaalt SEW over het niet opgenomen deel een bereidstellingsvergoeding van 17 basispunten (€ 240) op jaarbasis aan de bank. De niet opgenomen obligolening telt niet mee in de loan-to-value, maar is wel onderdeel van de onderpandratio.

Jubileumvoorziening

Vanwege de geringheid van het personeelsbestand van de SEW is er voor 2021 geen bedrag als voorziening jubileum gereserveerd.

2.7 Toelichting op de winst- en verliesrekening

12. Huuropbrengsten

  2021 2020
Huuropbrengsten DAEB vastgoed in exploitatie    
Woningen en woongebouwen 6.452.870 6.408.205
Onroerende zaken, niet zijnde woningen (garages/parkeerplaatsen) 12.613 12.517
     
Af: huurderving wegens leegstand -10.912 -33.348
Af: huurderving wegens oninbaarheid -12.153 -2.013
Subtotaal huuropbrengsten DAEB vastgoed in exploitatie 6.442.418 6.385.361
     
Huuropbrengsten niet-DAEB vastgoed in exploitatie    
Woningen en woongebouwen 226.276 241.018
     
Af: huurderving wegens leegstand -2.451 -58
Af: huurderving wegens oninbaarheid 0 0
Subtotaal huuropbrengsten niet-DAEB vastgoed in exploitatie 223.825 240.960
     
Totaal huuropbrengsten 6.666.243 6.626.321

De jaarlijkse huurverhoging is van overheidswege gebonden aan een maximum. Voor het verslagjaar 2021 was sprake van een huurbevriezing. SEW heeft voor 2021 geen huurverhoging toegepast. Bij een aantal huurders is huurverlaging toegepast.

De huurderving over 2021 bedraagt 0,38% (2020: 0,53%). In de begroting is rekening gehouden met een percentage van 0,50%.

13.1 Opbrengsten servicecontracten

  2021 2020
Diverse complexen 188.709  191.348 
Af: derving -448  -712 
Totaal opbrengsten servicecontracten 188.261  190.636 

13.2 Lasten servicecontracten

  2021 2020
Diverse complexen -167.311 -158.850
Servicekosten VVE Stoffer Holtjerweg -59.130 -56.580
Totaal lasten servicecontracten -226.441 -215.430

14. Overheidsbijdragen

  2021 2020
Vrijval egalisatiereserve D.K.P.H - woningen 54.023  51.160 
Totaal overheidsbijdragen 54.023  51.160 

15. Lasten verhuur- en beheeractiviteiten

  2021 2020
Toegerekende personeelskosten -259.900  -241.063 
Toegerekende afschrijvingen -32.904  -34.224 
Toegerekende overige organisatiekosten -228.600  -168.701 
Totaal lasten verhuur- en beheeractiviteiten -521.404  -443.988 

16. Lasten onderhoudsactiviteiten

  2021 2020
Onderhoudslasten DAEB vastgoed in exploitatie -2.565.437 -2.160.527
Onderhoudslasten niet-DAEB vastgoed in exploitatie -12.494 -16.025
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten -2.577.931 -2.176.552

De specificatie van de werkelijke onderhoudskosten is als volgt:

Klachten- en mutatieonderhoud -287.344 -197.310
Kontraktonderhoud (c.v en liftinstallaties) -195.795 -179.768
WMO aanpassingen 0 -1.411
KOF/GRF -40.108 -39.116
Materiaalverbruik eigen dienst 0 -100.948
Planmatig onderhoud -1.610.599 -1.293.123
Conditiemeting/energielabels -16.272 -971
  -2.150.118 -1.812.647
Doorbelastingen 42.119 107.803
  -2.107.999 -1.704.844
Toegerekende personeelskosten -233.735 -216.793
Toegerekende afschrijvingen -29.720 -30.912
Toegerekende overige organisatiekosten -206.477 -224.003
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten -2.577.931 -2.176.552

17. Overige directe operationele lasten expl bezit

  2021 2020
Gemeentelijke heffingen -270.010 -262.803
Verzekeringen -23.303 -20.462
Verhuurderheffing -811.526 -816.138
Overige directe exploitatielasten bezit -8.474 -27.583
Totaal overige directe operationele lasten expl. bezit -1.113.313 -1.126.986

18. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

  2021 2020
Verkoopopbrengst 410.000 387.500
Verkoopkosten -7.202 -7.959
  402.798 379.541
Toegerekende organisatiekosten 0 0
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -269.285 -230.271
Totaal netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 133.513 149.270

In het verslagjaar zijn twee woningen verkocht (Kooiweg 17 en Wolfhorn 47). Er is één verkoop begroot.

19. Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

  2021 2020
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille    
Waardeveranderingen -449.760 -2.325.297
Totaal overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -449.760 -2.325.297
     
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille    
Verschil marktwaarde t.o.v. vorig boekjaar 16.881.723 7.696.610
Totaal niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 16.881.723 7.696.610

20. Netto resultaat overige activiteiten

  2021 2020
Opbrengsten overige activiteiten    
Inschrijfgelden 0 2.520
Administratiekosten 1.700 1.150
Vergoedingen VvE 1.500 1.500
Totaal opbrengsten overige activiteiten 3.200 5.170
     
Kosten overige activiteiten    
Toegerekende personeelskosten -6.396 -5.932
Toegerekende afschrijvingen -531 -552
Toegerekende overige organisatiekosten -3.687 -2.721
Totaal kosten overige activiteiten -10.614 -9.205

21. Overige organisatiekosten

  2021 2020
Sectorspecifieke heffingen -6.167 -5.255
Saneringsheffing 0 0
Volkshuisvestelijke bijdrage -536.026 0
Kosten Raad van Commissarissen -47.387 -30.542
Algemene kosten -67.683 -71.001
  -657.263 -106.798
Toegerekende personeelskosten -81.401 -75.500
Toegerekende afschrijvingen -3.184 -3.312
Toegerekende overige organisatiekosten -22.122 -16.326
Totaal kosten overige activiteiten -763.970 -201.936

22. Financiële baten en lasten

  2021 2020
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 0 0
Rente op overige vorderingen 27 0
Totaal andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 27 0
     
Rentelasten en soortgelijke kosten    
Toegevoegde rente egalisatierekening brutering -7.865 -10.603
Rente leningen kredietinstellingen -935.077 -954.403
Overige rentelasten -10.571 -441
Totaal rentelasten en soortgelijke kosten -953.513 -965.447

23. Belastingen

  2021 2020
Dotatie latente belastingvordering 67.003 0
Vrijval latente belastingschuld 2.144 2.144
Vennootschapsbelasting 2019 0 8.156
Vennootschapsbelasting 2020 30.212 -425.010
Vennootschapsbelasting 2021 -206.202 0
Totaal belastingen -106.843 -414.710
Fiscale winst over 2021: 922.807
Eerste € 245.000 15% 36.750
Daarna 25% 169.452
  206.202

De effectieve belastingdruk over 2021 bedraagt 0,6% van de winst (2020: 5,7%).

24. Verdeling van indirecte kosten in functionele model naar activiteiten

Verdeling van personeelskosten in functionele model naar activiteiten 2021 2020
     
Personeelskosten volgens het categoriaal model    
Lonen en salarissen -460.965 -410.251
Sociale lasten -58.335 -54.511
Pensioenlasten -62.132 -74.526
  -581.432 -539.288
     
Personeelskosten in het functionele model    
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -259.900 -241.063
Lasten onderhoudsactiviteiten -233.735 -216.793
Toegerekende organisatiekosten netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 0 0
Overige activiteiten -6.396 -5.932
Overige organisatiekosten -81.401 -75.500
Leefbaarheid 0 0
  -581.432 -539.288

Per 31 december 2021 bedraagt het aantal medewerkers 7. Het aantal fte’s op fulltime basis bedraagt aan het einde van het verslagjaar 6,3.

Verdeling van afschrijvingskosten in functionele model naar activiteiten 2021 2020
     
Afschrijvingskosten volgens het categoriaal model 2021 2020
Afschrijvingen materiële vaste activa -66.339 -69.000
  -66.339 -69.000
     
Afschrijvingskosten in het functionele model    
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -32.904 -34.224
Lasten onderhoudsactiviteiten -29.720 -30.912
Toegerekende organisatiekosten netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 0 0
Overige activiteiten -531 -552
Overige organisatiekosten -3.184 -3.312
Leefbaarheid 0 0
  -66.339 -69.000
Verdeling overige organisatiekosten in functionele model naar activiteiten 2021 2020
     
Overige organisatiekosten volgens het categoriaal model    
Overige organisatiekosten -460.886 -411.751
  -460.886 -411.751
     
Overige organisatiekosten in het functionele model    
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -228.600 -168.701
Lasten onderhoudsactiviteiten -206.477 -224.003
Toegerekende organisatiekosten netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 0 0
Overige activiteiten -3.687 -2.721
Overige organisatiekosten -22.122 -16.326
Leefbaarheid 0 0
  -460.886 -411.751

25. Accountantshonoraria

Onderstaande bedragen aan accountantshonoraria (inclusief BTW) zijn ten laste van het resultaat gebracht:

  2021 2020
Onderzoek van de jaarrekening (conform voorgesteld honorarium) 37.699 39.920
Andere controle opdrachten 0 0
Advieskosten op fiscaal terrein 10.237 11.543
Andere niet-controle diensten 0 0
  47.936 51.463

2.8 Toelichting Wet Normering Topinkomens

Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op SEW. Het voor SEW toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt in 2021 volgens klasse B Woningcorporaties € 111.000.

Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking  
  M. Veenstra
Functie (functienaam) Bestuurder
In dienst vanaf  1-mei-11
In dienst tot heden
(Fictieve) dienstbetrekking? Ja
Deeltijdfactor 100%
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 97.144
Voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn 13.856
Totaal bezoldiging 111.000
   
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 111.000
   
Vergelijkende cijfers 2020  
(Fictieve) dienstbetrekking? Ja
Deeltijdfactor 100%
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 88.724
Voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn 17.262
Totaal bezoldiging 105.986
   
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 106.000
Toezichthoudende topfunctionarissen              
  M.Y. van der Veen   J. Dunning   E.T. van Gilst   A. de Vries
Functie (functienaam) Voorzitter RvC   Lid RvC   Lid RvC   Lid RvC
In dienst vanaf  1-jan-15    1-jan-20    1-jun-13    1-jun-21
In dienst tot heden   heden   31-mei-21   heden
Totaal bezoldiging in kader van de WNT 10.360   6.920   2.883   4.037
               
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 16.650   11.100   5.550   5.550
               
Vergelijkende cijfers 2020              
Totaal bezoldiging in kader van de WNT 9.880   6.600   6.600   nvt
               
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 15.900   10.600   10.600   nvt

De Raad van Commissarissen heeft conform de Regeling bezoldigingsmaxima toegelaten instelling volkshuisvesting SEW ingedeeld in klasse B, met een bijbehorend bezoldigingsmaximum voor de Raad van Bestuur van € 111.000. Dit maximum wordt niet overschreden door de Raad van Bestuur.

Het bijbehorende bezoldigingsmaximum voor de voorzitter van de Raad van Commissarissen bedraagt € 16.650 en voor de overige leden van de Raad van Commissarissen € 11.100. Deze maxima worden niet overschreden.

2.9 Bestuursverklaring

Het bestuur verklaart dat alle uitgaven in het boekjaar in het belang van de volkshuisvesting zijn gedaan.

Vastgesteld door Bestuur / Directie op 19 april 2022.

M. Veenstra, Directeur-Bestuurder

Verklaring van de Raad van Commissarissen

De leden van de Raad van Commissarissen van de SEW verklaren de inhoud van het door bestuur ter vaststelling overlegde jaarrapport 2021 dat bestaat uit het bestuursverslag, de jaarrekening en de overige gegevens te hebben onderzocht.

Op basis hiervan heeft de Raad van Commissarissen vervolgens het jaarrapport 2021 in de vergadering van 19 april 2022 goedgekeurd.

Mevrouw M Y van der Veen, voorzitter

De heer J. Dunning, lid

De heer A. de Vries, lid

Versie:
dev-master

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report